Zeewolde Aktueel Nieuws Nieuwsblad

ZeewoldeBuiten

Een rubriek op initiatief van de LTO afdeling Zuidelijk Flevoland waarin boeren uit het buitengebied van Zeewolde aan het woord komen om te vertellen waar ze mee bezig zijn en wat hen bezig houdt.

 

“Kom, en geniet van wat er dichtbij te vinden is”


Biologische akkerbouwer Otto Boerma (36) wil graag in ZeewoldeBuiten vertellen wat hem zoal bezighoudt. Hij ziet het als een manier om het buitengebied te promoten en om de ‘beheerders’ van dat gebied voor het voetlicht te brengen. Boerma woont met zijn vrouw Anika en drie dochters (3, 5 en 7 jaar) aan de Winkelweg in de Zuidlob. Hij bebouwde het afgelopen jaar 230 ha, grotendeels gehuurde grond van derden. “Dit jaar heb ik mij voor het eerst gefrustreerd gevoeld toen we maar niet de akkers op konden om te wieden en om te oogsten. Het bleef maar regenen op cruciale momenten. Je hebt veel in de hand maar niet het weer. Daar kwam nog eens ergernis bij over ongemotiveerde (Poolse)uitzendkrachten terwijl we in de tien jaar daarvoor zeer gemotiveerde Roemeense mannen aan het werk hadden. Dankzij Donners beleid kregen we geen tewerkstellingsvergunningen meer voor hen. We hebben een band met deze Roemenen. Samen met andere mensen van de Chr. Gereformeerde kerk in Zeewolde zijn we meerdere malen op bezoek geweest bij hen in Roemenie en elk jaar zagen we hoe de dorpen verder opgeknapt werden en de kinderen naar goede scholen gingen met nieuwe boeken en een computer”.
Boerma denkt dat 2011 voor hem financieel geen topjaar wordt; “De prijzen voor de producten waren en zijn niet geweldig terwijl de kosten van het zaaizaad, de bemesting, de lonen en van de brandstof enorm gestegen zijn. Al met al heb ik zo’n €40.000,- meer onkosten dan in 2010”. Grinnikend voegt Boerma daaraan toe dat er vanaf 2013 jaarlijkse inkomsten van Vattenfall/Nuon komen voor het windmolenpark dat gebouwd gaat worden. “’t Zou best eens kunnen dat de Zuidlob zich ineens harder gaat ontwikkelen dan voorheen. Ik hoop maar dat de gemeente eens gaat inzien hoeveel activiteiten hier zijn. Het feit dat bij gladheid de weg bij het viaduct over de Nijkerkerweg onbegaanbaar is voor vrachtwagens is toch niet meer van deze tijd. Zelfs na telefonisch verzoek weigert de gemeente te strooien.” Boerma is ook niet te spreken over de slechte staat van de wegen in de Zuidlob en over het voornemen om de Flediteweg te sluiten; “We voelen ons onbegrepen en ondergewaardeerd. Het buitengebied levert financieel aardig wat op voor de gemeente, maar de gemeente zou meer moeten doen voor betere en (dus) veiligere wegen in ons gebied en geen wegen sluiten die door haar eigen bewoners volop worden benut”.
Boerma’s ouders zijn in 1989 begonnen met biologisch boeren en dat heeft hij voortgezet. Boerma: “Ik haal veel voldoening uit het biologische. Natuurlijk spelen economische motieven mee anders kun je niet aan bedrijfsontwikkeling doen, maar zonder idealen was het me niet gelukt. Ik heb als biologisch boer meer contact met de afnemers; de keten is korter. Daarnaast vind ik het hebben van seizoenarbeiders plezierig; het geeft reuring op het erf. Maar ’t mooiste is het moment van ‘s ochtends vroeg op het veld staan, in de schone ochtendlucht, ’t groenste groen aan mijn voeten. Dan voel ik mij gelukkig. Dan heb ik niets anders nodig en kan ik wel hardop roepen: mensen kom toch eens kijken. Stap uit die auto en geniet van de prachtige biologische producten die onze eigen polder voortbrengt. Geniet
ervan, niet alleen met de ogen maar eet ze ook. Geen vliegkilometers, geen belasting voor het milieu en gegarandeerd biologisch”.

 

“Ik droomde over een boswachter die in mijn huis rondliep”

Jolanda (44) en Leo (48) van Beusichem wonen met hun drie kinderen aan een insteekweg van de Duikerweg. Pal in het gebied dat het Oostvaarderswold moet worden. Ze werken op een akkerbouwbedrijf van 110 ha en verbouwen de gangbare gewassen als aardappel, suikerbieten, tarwe en uien. Daarnaast doet Leo ook nog wat loonwerk “om de machines optimaal te benutten”. Tijd voor hobby’s is er ook; Leo fietst en ’s winters schaatst hij. Jolanda is bestuurslid van de triatlonvereniging en zwemt.

Het land is in rust, de schuur zit tot de nok vol met aardappels en uien en ook de boer en boerin zijn in de winterrust. Het is een druk jaar geweest. Uiteraard druk met het bedrijf maar veel energie ging naar het volgen van de ontwikkelingen betreffende het Oostvaarderswold (OVW). De familie zit midden in het gebied en moet daar dus weg. Jolanda: “Wij willen hier blijven. We hebben een prachtig, gezond bedrijf, de kinderen gaan met plezier naar school in Zeewolde en Harderwijk en ons sociale leven vindt hier plaats. Als we dan móeten verhuizen dan willen we minstens een gelijkwaardig bedrijf terug. En zo’n bedrijf zagen wij nog niet voorbij komen in Flevoland. Dus heeft de provincie nog niet met ons kunnen handelen. Daarenboven houden we nog steeds hoop dat het OVW niet doorgaat. De provincie heeft de financiën niet rond. Ook niet vóór Bleker de subsidies stopte”. Het blijft Leo en Jolanda bezig houden. Ze praten met de regionale media, met de dagbladen, ze ontvangen Statenleden en Tweede Kamerleden die achtergrondinformatie zoeken en Leo belt veel, héél veel. De slechte prijzen voor de aardappelen en uien raken haast op de achtergrond, maar niet echt. Jolanda vertelt dat een boer momenteel één cent krijgt per kilo uien, terwijl de kostprijs zo’n 12 cent is. Jolanda: “Ja, dan moet ik weleens slikken als er gesproken wordt over Fair Trade producten; een faire prijs voor de boer. En dan denkt men altijd aan boeren in verre ontwikkelingslanden. Maar ook wij willen graag een faire prijs voor het werk dat we doen”.

Relativeren

Jolanda: “Dit jaar is een goede vriend van ons overleden en dat zet de wereld dan toch even stil. Dan ga je relativeren en dan blijkt het feit dat iedereen gezond is toch wel het meest belangrijk. We staan nu bewuster in het leven, genieten van het feit dat onze oudste zoon zijn eerste zaak is gestart door aardappelen via internet te verkopen en we helpen hem natuurlijk. We doen bezoekjes die uitgesteld waren door de drukte van de herfst en we gaan lekker sporten. Zo blijft die kwade droom over de boswachter die door mijn huis banjert wat vaker achterwege”.

 

“Ik vind het belangrijk dat de landbouw goed vertegenwoordigd is in het Waterschapsbestuur”

Jan Veenink (50) is agrariër en algemeen bestuurslid van het Waterschap Zuiderzeeland. Het 47 ha grote akkerbouwbedrijf met windmolen en caravanstalling zit aan de Dodaarsweg alwaar Jan met Anrie en de kinderen Jur en Pien woont. Veenink verbouwt de gangbare gewassen als tarwe, suikerbieten, aardappelen en uien. Sinds 7 jaar zit hij in het Waterschap. De laatste vier jaar als fractievoorzitter van de partij Werk aan Water.

Vandaag heeft Veenink “als laatste der Mohikanen” de suikerbieten in de hoeken van het perceel met de bietentang gerooid. Jan: “Ik weet dat haast niemand dat meer doet, maar ik vind het zonde die hoeken niet te telen en erover heenrijden is uit den boze wat mij betreft”.  Na de middag ging hij in de regen naar het mechanisatiebedrijf alwaar nog aanpassingen aan een nieuwe trekker gedaan moesten worden. En omdat het bleef regenen startte hij in de namiddag met de BTW boekhouding. Een klusje dat elke drie maanden moet gebeuren en gemiddeld een kleine werkdag duurt.

Veenink is graag buiten: “Als ik buiten ben krijg ik ruimte in mijn hoofd voor nieuwe ideeën. Ook heb ik dan tijd om met fractieleden te overleggen, mensen te bellen en naar meningen te vragen”. Het werk voor het Waterschap behelst voornamelijk veel lezen en het vergt veel inzicht in financiële stukken. Veenink: “Ik ben gemiddeld één dag per week bezig voor het Waterschap. Ik wil me graag goed voorbereiden en ben me bewust van de consequenties die financiële keuzes hebben voor de ‘gewone’ burger en voor de boeren. Ik wil dat de lasten zo eerlijk mogelijk verdeeld worden en niet alleen door de landbouw moeten worden opgebracht. We willen allemaal droge voeten houden en schoon (zwem)water hebben. Ik vind dat het werk van het waterschap best wat meer voor het voetlicht gebracht mag worden. Ik snap dat het niet sexy is, maar het is van groot belang voor het veilig wonen op 4 tot 5 meter onder het zeeniveau”. Dat Veenink zoveel tijd besteedt aan het bestuurswerk is niet alleen voor het algemeen belang: “Ik doe enorm veel kennis over het water in de polder op en ik begrijp nu veel beter hoe bestuurlijke processen werken. De samenwerking met fractiegenoten en de andere landbouwfractie vind ik plezierig als solo-werkende boer. En de vaak stevige discussies binnen het bestuur houden me scherp”. Als wapenfeit noemt Veenink het kunnen voorkomen dat het Waterschap voor tientallen miljoenen in het Oostvaarderswold zou gaan zitten. “Mede dankzij de landbouwfracties doet het Waterschap daar nu alleen haar wettelijke taken; kosten 5 miljoen”.

De combinatie boer en bestuurder gaat over het algemeen goed, alleen in de herfst komt Veenink af en toe in de knel: “De oktober- en novembervergaderingen staan in het teken van de begrotingen voor de volgende jaren. Erg belangrijke vergaderingen die ook nog eens fors kunnen uitlopen. Dan wil het wel gebeuren dat ik het oogsten aan iemand anders moet overlaten en ik prijs mij gelukkig dat dit dan ook kan”. Of Veenink in 2012, bij de volgende Waterschapsverkiezingen weer verkiesbaar is, is nog onzeker.

 

“Te veel regelgeving in Nederland”  

Pieter Drost (37)heeft een akkerbouwbedrijf van 53 ha en een eendenmesterij aan de Duikerweg. Op het akkerbouwbedrijf teelt hij de gangbare gewassen als tarwe, uien, suikerbieten en aardappelen. In twee stallen heeft hij in totaal zo’n 24.000 eenden. Drost ontvangt eendagskuikens in de kleinste stal. Daar verblijven de beestjes tot ze 2,5 week oud zijn. Dan wandelen ze zelfstandig naar de grote stal. Daar verblijven ze tot ze 3 kilo zijn en naar de slachterij gaan met 6,5 week. Inmiddels zitten er dan weer 12.000 eendjes in de kleinste stal.

Pieter Drost woont met zijn vrouw Anke, dochter Lieke (6) en zoon Jan (4) in de bedrijfswoning. Anke werkt 3 dagen per week in het Sint Jansdal te Harderwijk in onregelmatige diensten. Pieter: “Toen ik in 2003 koos voor de eendenmesterij als vaste poot onder het akkerbouwbedrijf koos ik voor werk dichtbij huis. Als ik elders extra grond zou huren zou ik veel meer van huis zijn. Nu ben ik 1 uur per dag in de stallen bezig. Ik kan daardoor de kinderen opvangen als Anke werkt. De eenden leveren een redelijk vast inkomen. In combinatie met Ankes salaris en hetgeen het akkerbouwgedeelte oplevert hebben we voldoende inkomsten. Na aftrek van alle aflossingen en rentes natuurlijk”.  Pieter heeft plezier aan het houden van eenden; “Het is een prettig beest om mee te werken. Ze zijn sterk en gezond. Er is maar heel weinig uitval en ik hoef nooit medicijnen te geven. Het dierenwelzijn is hoog , dat moest zelfs Wakker dier toegeven, die onlangs bij een collega zijn wezen kijken op uitnodiging.  Er zitten 6-7 beesten op 1 m2. Zou je er meer doen, dan groeien ze niet goed meer. Ze bepalen dus eigenlijk zelf de ruimte die ze nodig hebben. De eenden zijn nieuwsgierig en komen graag bij je op schoot zitten. Als de eendagskuikens arriveren, zet ik de radio in de stal aan. Ze lopen allemaal af op het geluid”. De eenden hebben de hele schuur om te wandelen. Er ligt schoon stro op de grond. Door de hele schuur lopen leidingen met waterbakjes en voerbakken. Het voeren gaat volautomatisch. Drost vindt het jammer dat de schuur gesloten is, wat hem betreft mogen mensen alles zien wat er te zien valt. “Ik zou graag mee doen met een Boer zoekt Burger, maar het risico op ziektes die meegenomen worden en vooral de grote onrust die vreemde mensen onder de eenden teweeg brengen maakt dat ik het niet doe. Jammer”.

Pieter Drost speelt basgitaar bij één van de topbands onder de progressieve symfonische rockbands; Mangrove. Als de band meerdere optredens heeft of op (buitenland) tournee gaat, dan huurt de band Pieters broer Hendrik-Jan in om op de eenden te passen.

De toekomst ziet Pieter positief; “Zoals het bedrijf er nu bijstaat, staat het er goed voor. Maar je weet maar nooit. Plots kan het sentiment zich tegen je keren. Iemand roept dat het slecht gesteld is in de eendenhouderij en wij moeten dan maar bewijzen dat het wel goed is. Dat kost een hoop tijd en misschien wel weer nieuwe maatregelen. Ik had dat ook al met het Duikerwegfeest. Een hotemetoot bij de gemeente roept dat er misschien wel eens iets mis kan gaan en vervolgens moet de organisatie allerlei maatregelen nemen die nog nooit nodig zijn geweest, zoals bewaking en verkeersregelaars. Ik vind het te zot voor woorden dat er uitgegaan wordt van alle mogelijke gevaren in plaats van dat er uitgegaan wordt van alle voorgaande (positieve) ervaringen. Nederland gaat aan regelgeving ten onder”.

 

“Heel Zeewolde op groene energie in 2020!”

Arno van der Knaap heeft een melkveebedrijf met een biogasinstallatie aan de Sternweg. Het bedrijf is 80 ha groot met 200 melkkoeien en jongvee. De biogasinstallatie of mestvergister is sinds 2008 in bedrijf. Juist dit jaar is de bedrijfsovername afgerond en Arno(35) en Ilse wonen samen met hun dochters Kim (4) en Roos (2) in de bedrijfswoning. Arno’s ouders wonen in het huis ervoor. Naast Arno en zijn vader werken er nog 2 parttimers op het bedrijf. Door de vergister is er veel werk (20 uur per week)  bijgekomen. Van der Knaap; “We besloten om met de biogasinstallatie te beginnen omdat we graag zelfvoorzienend willen zijn. We kunnen met deze installatie de eigen mest omzetten in elektriciteit en digestaat; het restproduct dat vergelijkbaar is met kunstmest. Onze mestvergister is niet zo’n hele grote, maar groot genoeg om onze drijfmest te verwerken. Naast de eigen mest gaan er per week drie vrachtwagens groenteafval uit de Antwerpense havens in; groente en fruit dat het transport niet goed heeft doorstaan. Verder komt er graanafval bij en af en toe een vrachtwagen maisstof uit de ethanolfabriek in Rotterdam. En er gaat glycerine bij nu dat product weer wat goedkoper is. Glycerine werkt als een soort katalysator waardoor er meer gas wordt geproduceerd. Al deze producten moeten we aankopen en we moeten ook nog eens betalen om de digestaat kwijt te raken. We mogen niet alle digestaat op onze eigen grond gebruiken. Dat is door Brussel gelimiteerd dankzij de lobby van de kunstmestindustrie”. Op de vraag of het dan nog wel lonend is om een biogasinstallatie te hebben is het antwoord bevestigend: “We zitten nog net aan de goede kant qua inkomsten maar we zijn afhankelijk van de consumentenprijs voor groene stroom. Stijgt die, dan krijgen wij ook meer voor de stroom die we aan het net leveren”.

Van der Knaap mengt uit principe geen product als maïs door de massa: “Maïs is voer voor de koeien. Wij gebruiken alleen afval te samen met de mest. Deze manier van verwerken is milieuvriendelijker dan als je de mest over het land zou uitrijden, omdat je geen uitstoot van schadelijke stoffen hebt. En daarnaast levert het geproduceerde gas, dat via een generator wordt omgezet in elektriciteit, ons natuurlijk ook wat op”.

Vandaag stond Van der Knaap om 04.00u op: het was zijn beurt om te melken. Na het melken ging hij het land op om gras te maaien. Dat gras werd direct aan de koeien gevoerd. Dit gebeurt drie keer per dag. Na het middageten werd er bijgeslapen waarna een rondje door de stal werd gemaakt met de vertegenwoordiger van het voer: er was onlangs een overstap gemaakt op ander ruwvoer. Daarna was het weer tijd om te melken. Van der Knaap: “Elke dag controleer ik de gegevens van de installatie omdat ie 24 uur per dag draait. Op maandag, woensdag en vrijdag ontvangen we de vrachtwagens met afval en worden de afvalstromen gemengd tot de juiste consistentie. Je moet er chemicus bij zijn om het proces goed te begrijpen en om te kunnen ingrijpen. Alleen mijn broer en ik hebben dat in de vingers. Dat is wel eens lastig”

De boodschap die Arno van der Knaap aan Zeewolde wil meegeven is; “Denk groen. De verwarming van de Polderwijk door groen gas is een mooi begin. Wij moeten proberen om in 2020 heel Zeewolde op groene energie te krijgen”. 

 

“Biologische groenten moeten gewoon worden”

Ger Jan Snippe is directeur en mede-eigenaar van het Teelt en Afzetbedrijf van dagverse biologische groenten, Bio Brass. Bio Brass heeft een nieuw pand aan de Winkelweg met daarin een verpakkingshal, kistenopslag, koelruimte en kantoor. Het bedrijf bestaat sinds 2005 en heeft 5 vaste personeelsleden in dienst. Ruim 50 seizoenarbeiders helpen met planten en met oogsten. Bio Brass gebruikt 210 ha grond in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland en doet dat in een rotatieschema met andere biologische ondernemers.

Snippes baan is zeer afwisselend; het ene moment zit hij in het vliegtuig naar Spanje of Engeland om klanten te bezoeken, het andere moment staat hij met zijn laarzen aan in het veld een oogstploeg aan te sturen. Vandaag  stond hij om 6.30u de dauw op te snuiven op een perceel savooiekool. Het is de tweede dag van het oogstseizoen en de oogstploeg moet opgestart worden. Snippe: “De medewerker die dit normaal doet is vrij, dus mag ik het doen. Het opstarten moet goed gebeuren. Iedereen moet weten wat hij/zij precies met doen. Tot onze grote opluchting hebben we weer een aantal van onze vaste Roemeense seizoenarbeiders mogen uitnodigen. Door gebruik te maken van de coulanceregeling die de minister ten aanzien van het uitgeven van werkvergunningen invoerde  is het ons gelukt deze zeer gewaardeerde krachten weer naar Nederland te halen. Een aantal werkt al zo’n tien jaar bij ons en weet precies hoe wij de producten geoogst en aangeleverd willen hebben. Het verpakkingswerk in de hal kan prima door ongeschoolde uitzendkrachten gedaan worden en dat gebeurt ook”. Bio Brass heeft vandaag drie oogstploegen aan het werk. Een andere ploeg is bezig rode kool te planten. Van maart tot augustus wordt er geplant, van juni tot november wordt er geoogst. Door samenwerking met een Spaans bedrijf kan Bio Brass ook dagverse biologische groenten leveren  van november tot juni. De producten gaan rechtstreeks, verpakt en met een prijssticker, naar de supermarkt.

Prijs is niet te hoog

Snippe is enthousiast over zijn bedrijf en producten: “Het leeuwendeel van onze  producten gaat naar Engeland en Duitsland. Daar wordt veel meer biologisch gegeten dan hier. De Nederlandse markt  heeft nog veel potentie. Wij willen er naar toe werken dat het ook in Nederland ‘normaal’ wordt gevonden om biologische groenten ten eten. En de prijs is niet te hoog, het is een zeer reële prijs als je kijkt wat er voor gedaan moet worden. Ik durf te stellen dat de prijs van de gangbare groenten te laag is”. Bio Brass  is nog lang niet uitgegroeid. Het bedrijf gaat mee met de vraag van de markt. Een wens van geheel andere aard van Snippe is het doorgeven van kennis; “Ik doe niets liever dan uitleggen hoe planten groeien, hoe je ze gezond kunt houden, wat je wel en niet moet doen. Voor de schooltuin van de kinderen heb ik plantjes meegenomen en samen met hen geplant. Dat zou ik best nog meer willen doen”.

Het jaar tot nu ziet er goed uit. Het bedrijf kan alle percelen beregenen en door het droge weer is de ziektedruk beduidend minder. De oogstploegen konden precies op tijd starten zodat de beloftes aan de supermarkten waar gemaakt kunnen worden. Wel lijkt de afzet naar Duitsland lastig op gang te komen door de EHEC hysterie. Zo blijft het altijd spannend hoe het seizoen zal gaan verlopen.

 

 

Deze week is Teus de Jong (31) aan het woord. Samen met zijn vader Wim(64) en broer Chris (40, werkt op een ander bedrijf van de maatschap) heeft hij een kalvermesterij aan de Winkelweg. Met 2960 kalveren verdeeld over twee stallen is dit één van de grotere bedrijven in Nederland.

Teus en zijn vader beginnen elke ochtend om vijf uur met het voeren van de kalveren. De kalveren komen als ze twee weken oud zijn bij hen.  Om te kunnen controleren of ze goed kunnen eten en drinken, staan de kalveren de eerste drie weken in eenlingboxen. In het begin krijgen ze alleen melk, daarna komt er ruwvoer bij. Na drie weken mogen ze met zijn tienen bij elkaar in één hok. “Ze staan dan te dansen en te springen”, aldus De Jong die elke verbetering van dierenwelzijn omarmt.  “Daarom krijgen ze bij mij ook ruwvoer zodat ze kunnen herkauwen. Daar heeft een kalf nu eenmaal behoefte aan”. De kalveren blijven tot ze 30 weken oud zijn bij De Jong. Vandaar gaan ze naar één van de vier grote slachterijen in Nederland. Om één stal leeg te krijgen duurt ongeveer een week.

Na de voerronde ’s ochtends wordt er ontbeten  en gaan de mannen nog een tukkie doen. De Jong: “Wij kennen geen weekend. De wekker gaat alle dagen om vijf uur. Wij moeten onze rust pakken waar dat kan. Na de koffie gaan we de stal weer in om de beesten te ‘sorteren’: het groepje van tien moet zo goed mogelijk bij elkaar passen, qua type beest, qua gewicht, qua snelheid van drinken. Daarop passen we het voeren aan. We willen zoveel mogelijk eenheid in het af te leveren kalf”. De Jong bestrijdt dat een grotere stal (en dus meer dieren) zou maken dat de eigenaar minder aandacht voor zijn dieren heeft: “Die jongens van Wakker Dier zijn hier wel eens geweest. Zij vinden dat de kalfjes weinig ruimte hebben. Dan zeg ik dat die beesten niet anders kennen, vergelijkbaar met iemand die vijfhoog in Amsterdam woont. Als je zo’n Bijlmerpersoon hier in de polder neer zet rent ie gillend weg. En dat geldt voor mij als je mij op vijfhoog neer zet. Wij zíen alle 3000 beesten en de beesten die het niet goed doen, kènnen we ook. Het is anders dan bij een melkveehouder die zijn beesten jaren in de stal heeft en er een band mee heeft. Maar wij gaan met respect om met deze kalveren”.

De kalveren van De Jong zijn de kalveren van het blanke kalfsvlees, het duurste soort kalfsvlees. Het meeste van dat vlees gaat richting Italië, Frankrijk, Duitsland en de laatste jaren ook steeds meer naar het Midden Oosten. De kleur van het vlees is afhankelijk van het voer dat ze krijgen. Door ze met melk te blijven voeren blijft het vlees wit.

’s Middags om 15.00u gaan Teus en zijn vader nogmaals de stal in om te voeren. Meestal zitten ze om 18.00u achter de warme maaltijd en zijn daarna vrij. Tijd voor andere interesses.

 

Deze week vertelt Sijds Dijkstra over zijn biologische legkippen en zijn akkerbouwbedrijf: “De kippen gaan altijd vóór”.

Dijkstra’s bedrijf ligt aan het Schillinkpad, in de Zuidlob. Op zijn bedrijf van 45 ha is 9.5 ha gereserveerd voor de uitloop van de kippen. Op het andere deel teelt hij biologische peen, pompoenen, boontjes, erwten en pootaardappelen. Nu het winter is zijn er geen werkzaamheden op het land. Vandaag is Sijds bezig in de schuur pootaardappelen te sorteren op grootte. Tussendoor is er het werk in de twee kippenstallen met volièresysteem. Sijds: “Het werk bij de kippen gaat altijd voor. Dat is levende have. Dat kan nooit wachten”. Twee maal per dag staat Sijds of zijn vrouw Nicole in de kippenstal bij de inpakmachine. Daar komen de eieren die door de kippen in de nesten zijn gelegd aan via loopbandjes. Per schuur lopen er vier bandjes die gemiddeld per dag zo’n 20.000 eieren in totaal afvoeren. Twee keer per week worden de eieren opgehaald en worden ze naar een pakstation gebracht. Eenmaal in de doosjes gaan de meeste van deze eieren naar Duitsland. Sijds: “Door het geknoei met dioxine in het voer van Duitse kippen merk ik dat er meer vraag is naar mijn biologische eieren”. Vóór de eerste inpakronde heeft Sijds al een rondje door de kippenschuren gelopen: “Meestal breng ik ’s ochtends eerst de kinderen naar school en dan ga ik een controlerondje bij de kippen maken. Ik kijk of alles in orde is en ik raap grondeieren op (eieren die niet in de nesten zijn gelegd). De kippen komen bij mij als ze 17-18 weken oud zijn. Ze gaan eieren leggen bij de 20ste week en ze gaan naar de slacht als ze 72-75 weken oud zijn. Naarmate de kippen ouder worden zijn de eieren groter en daardoor zwakker omdat de hoeveelheid kalk verdeeld moet worden over een groter oppervlak. Bovendien vind ik dan meer dode kippen”. Sijds heeft nu twee groepen kippen van verschillende leeftijd. Hij wil er naar toe dat in beide schuren tegelijkertijd nieuwe kippen komen. In geval van ziekte wordt er dan geen nieuwe (jongere) groep besmet. Een bijkomend groot voordeel is dat er dan tussen twee groepen 2 tot 3 weken helemaal geen kippen zijn: tijd om op vakantie te gaan. Sijds: “Weet je dat kippen enorme gewoontedieren zijn? Ik heb wel eens een paar kippen een bandje om de poot gedaan om te zien of ze naar buiten gingen. Ik heb namelijk de indruk dat het altijd dezelfde kippen zijn die staan te springen om naar buiten te gaan. En zo is er ook een groep die er niet naar taalt om door het gras te lopen”.

Sijds (54) gaat nog een poosje door met zo boeren.: “Ik heb geen grote plannen in mijn hoofd. ‘t Bevalt me best zo. We weten nog niet of er een opvolger is, maar daar is nog tijd voor”.

-----------------------------------

Claudia Roelofs van Boomkwekerij ‘’t Fort’ W.Roelofs.

Voor Claudia (40) en Winnie(40) Roelofs is er geen winterrust. Integendeel. De winter is voor de vruchtbomenkwekerij die zij aan de Ooievaarsweg hebben, eigenlijk het hoogseizoen. Deze week wordt er gezaagd in de moerbedden: de jonge loten van het moerbed worden met wortel en al uit het ‘bed’ aan de Roerdompweg gezaagd en worden dan naar de schuur gebracht. Daar worden ze gesorteerd en geënt met enten van een appel- of perenras. Ondertussen staan alle koelcellen vol met boompjes voor de handel die afgelopen herfst zijn gerooid. Door de vele regen en direct daarna de vorst, kunnen de kopers, fruittelers in heel Europa, de bomen nog niet aanplanten.  Claudia: “Normaliter is rond de helft  van de bomen weg voor de Kerst. Nu krijgen we dat straks het afleveren tegelijk komt met het aanplanten van de nieuwe, pas geënte, boompjes”. Bij de boomkwekerij zijn 6 mensen in vaste dienst en gemiddeld 20-25 Poolse gelegenheidswerkers. Claudia: “Ik heb nu een vacature hier bij mij op kantoor voor twee dagen in de week. Administratieve vaardigheden zijn vereist en enige interesse in een agrarisch bedrijf is beslist een pre!”.

Als de jonge boompjes zijn geplant, de laatste in juni, gaat het werk in de zomer verder met stokken zetten, opschonen en wieden. Elk boompje van de 600.000 aangeplante boompjes (per jaar) krijgt een stok en wordt daaraan vastgemaakt. Vervolgens gaat men ettelijke malen bij de boompjes langs om niet gewenste takjes weg te knippen. Claudia: “Uiteindelijk willen we een boompje met 6 tot 10 takken die op de juiste plaats zitten”. Omdat het gaat over 75 hectare bomen van nul tot maximaal drie jaar is er het hele jaar door werk. Winnie bewerkt daarnaast ook nog een 30 tal hectares voor akkerbouw. Een derde tak van het bedrijf zijn drie windmolens die Winnie samen met zijn broer Marco heeft.

Voor Claudia en Winnie en hun vier kinderen zijn september en oktober de rustigste maanden; tijd om even met  vakantie te gaan.

“Eet fruit uit eigen land”

Claudia, voor velen in Zeewolde bekend vanwege de inspirerende groepslessen die ze gaf op Bodyplan, doet de bedrijfsadministratie en de loonadministratie van het bedrijf. Daarnaast ontvangt ze klanten, monteurs, vertegenwoordigers en anderen die op het bedrijf moeten zijn. Ook acute problemen op het erf regelt zij terwijl ze daarnaast, samen met Winnie, zorgt dat vier kinderen (op)gevoed en op tijd op school arriveren. “Veel groente en fruit eten”, is haar geheim om dit drukke leven vol te houden. “En gewoon van eigen bodem. Bedenk hoeveel vlieguren Grannies uit Zuid Afrika of Fuji’s uit Japan al hebben gemaakt of sperzieboontjes uit Kenia. Eet uit je eigen omgeving, dat is het minst belastend voor het milieu”.

-----------------------------------

Spruitenteler Jan Herbert: “Wij hebben al kindvriendelijke spruiten”.

Maatschap Herbert runt aan de Nekkeveldweg een spruiten bedrijf met nog wat bloemkool en boerenkool. De broers Jan(43) en Ronald(41) bewerken dit jaar 256ha in Zuidelijk Flevoland. Daarvan is veruit het grootste deel voor de elf soorten spruiten die de maatschap verbouwt. De soorten worden uitgekozen op het tijdstip van rijpheid, op vorstbestendigheid en op de smaak.  De oogst begint in augustus/september en eindigt half februari. Tenzij de weersomstandigheden zodanig zijn dat de spruiten bevriezen. Dan is het oogsten voorbij. Jan Herbert, en met hem alle spruitenboeren, maakt zich nu zorgen dat deze aanhoudende vorst de resterende spruiten doet bevriezen. “Bij vorst kunnen we niet  oogsten. We kunnen plukken zo gauw de sapstroom weer op gang is. We hebben alle ‘dooie’ uurtjes die er in december waren gepakt. Door deze vorst kan er niet geleverd worden en dus is de prijs hoog. Daar willen we allemaal graag van profiteren”.

Of Herbert en zijn 18 medewerkers nu in de winterrust staan? “Nou, de groep vaste Poolse medewerkers is naar huis om Kerst te vieren, maar die komen maandag weer terug. Kunnen we dan niet in de spruiten, dan is er nog de boerenkool. Onderhoud aan machines is er altijd en vanmiddag ga ik samen met broer en vaste medewerker spruiten op stam inpakken”. De spruiten op stam liggen, net als de normale spruiten,  binnen 24 uur in de Plus supermarkt. Ook in Zeewolde. “Wij verkopen dagverse producten. Dat betekent dat de lijnen erg kort gehouden worden”. Maatschap Herbert stond een aantal jaren geleden in de top tien van ‘De Gouden Spruit’; een wedstrijd door de Greenery uitgeschreven om de top-telers in het zonnetje te zetten. Doordat het aantal spruitentelers bij de Greenery meer dan gehalveerd is, is men gestopt met de wedstrijd. Herbert; “Ja, dat vind ik jammer. Wij zijn het hele jaar bezig met planten, met wieden en met oogsten om een zo mooi mogelijk product te krijgen. Als dat product dan als zeer goed gewaardeerd wordt door mensen die verstand van spruiten hebben, werkt dat voor mij als een enorme stimulans”.

Spruit-Sprookjes

Herbert wil graag praten over zijn werk maar veel belangrijker vind hij het om het sprookje van de bittere spuit te ontzenuwen en dat de spruit pas zou smaken als de vorst erover is geweest. “Dat is allemaal onzin. De bitterheid is er al jaren uit. We hebben nu mild-zoete spruiten en (tromgeroffel) ik heb 3,5 ha kindvriendelijke, zoete spruiten naast het huis staan als enige in heel Nederland. En die zijn lekker!!!”. Omdat er nog weinig zaad van is kunnen ze nog niet op grote schaal gezaaid worden, maar dat het een succesnummer wordt staat voor Herbert vast. “En vergeet niet te schrijven dat 10 minuten lang zat is voor het koken van spruitjes”.

-----------------------------------

 

Melkveehouder Esther Schouten heeft een melkveehouderij met 130 zwartbonte Holsteiners en met het bijbehorende jongve

e aan de Baardmeesweg. De 32-jarige Ester is sinds vier jaar zelfstandig ondernemer. Daarvoor werkte ze vijf jaar in maatschap met haar ouders. Ze runt het bedrijf samen met haar partner Wilbert.

“Elke dag staan we om 05.15u op om de koeien te melken. Eenmaal begonnen gaat één van ons door met melken, de ander gaat de beesten voeren. Het is drie uur later als we gaan ontbijten. Na het ontbijt worden de kalveren gevoerd en wordt de veestapel gecontroleerd op ondermeer ziekte, dikte van de hoeven en tochtigheid: wie van de dames moet vandaag bevrucht worden?”.  Esther doet zelf de K.I., de kunstmatige inseminatie. In een rietje wordt de gekochte sperma (van een stier met goede kwaliteiten) in de baarmoeder van de koe gebracht.

Om 10.00u is er koffie bij Esthers ouders die in de tweede woning op het erf wonen. Esther; “We drinken daar elke dag koffie onderwijl pratend over het bedrijf en de werkzaamheden. Je zou het werkoverleg kunnen noemen met gratis advies van ervaringsdeskundigen, mijn ouders”. Tussen de koffie en het melken om 17.00u worden de stallen uitgemest, de koeien krijgen indien nodig medische verzorging, verhuizingen binnen de groepen vinden plaats, hoeven worden bekapt, de administratie wordt bijgewerkt en voer wordt uit de sleufsilo’s of ‘kuilen’ gehaald. Na de laatste melkronde wordt er om 19.45u warm gegeten.

Als startende ondernemer maakt Esther zich zorgen over de hoge grondprijzen in Flevoland en over het loslaten van de vaste prijzen voor het product melk. “Vorig jaar, mijn derde jaar, was een slecht jaar. De aflossing van de eerste twee jaar moest ik weer bijlenen. Vervolgens komt er een prijsstijging van 67% op de pachtgrond, het waterschap wil €1000,- meer, Rendac verhoogt de prijzen voor het ophalen van dode beesten met 400% en de melkprijs schommelt van slecht naar goed en weer terug. Het is moeilijk om daar flexibel op in te spelen omdat ik er weinig tot geen invloed op heb. De pachtprijs is ondermeer  gebaseerd op de opbrengst van windmolens en aardappels. Ik heb alleen maar gras en maïs (voor eigen voer) op mijn land staan. Die opbrengst kan het niet halen bij waar men van uitgaat. Ik overweeg om de grond te verhuren voor bloembollen en voer aan te kopen. Dan kunnen mijn koeien niet meer in de wei ’s zomers”. Het weiden van koeien vindt Esther belangrijk voor het imago van het platteland: “Niet eens zo zeer om economische redenen maar ‘men’ vindt koeien in de wei een mooi gezicht en daar wil ik aan meewerken. Zo werk ik ook altijd mee aan Pinkendag. Ik heb nog nooit iets belangrijks gewonnen, maar voor mij is het de mooiste dag van het jaar. De boeren die al het moois dat ze hebben, showen op het Horsterplein. Prachtig!”.

-----------------------------------

 

Akkerbouwer Siebolt Smit

Akkerbouwer Siebolt Smid heeft samen met zijn vrouw en twee zonen een akkerbouwbedrijf met als neventak een pluimveehouderij. Op twee locaties, aan de Dodaars- en aan de Lepelaarweg, teelt hij aardappelen, uien, tarwe, suikerbieten en sperziebonen.

Smid is bezig de machines en het erf schoon te spuiten van alle kleimodder dat met het binnenbrengen van de oogst is meegekomen. “We hebben alle uren gepakt die er waren om te kunnen oogsten. En daar ben ik blij om want nu (net voor de regen van afgelopen dinsdag) hebben we de aardappelen en uien binnen.  Menig boer met veel hectares kan dat op dit moment niet zeggen, vrees ik”. Omdat de producten behoorlijk nat zijn binnengebracht is het zaak om de vochtigheid en de temperatuur goed in de gaten te houden. “We werken met kachels en ventilatoren om de aardappelen en uien in de bewaring te drogen en op de juiste temperatuur te brengen”, aldus Smid, “zodat ze goed blijven tot mei/juni/juli. Rond die tijd verkoop ik ze meestal, afhankelijk van de prijs”. Tijd om eens flink uit te slapen is er niet omdat er twee maal daags in de kippenschuur eieren geraapt moeten worden en de controles uitgevoerd moeten worden. De oogst van tarwe, aardappelen,bieten en uien lijkt dit jaar normaal te zijn. De oogst van de sperziebonen viel erg tegen: “Ze zijn wel geoogst maar door de vele regen zijn er veel kilo’s verloren gegaan. Kennelijk houdt het gewas bonen niet van natte voeten”.

Vogelweg

De aardappelen van de Lepelaarweg moesten via de Vogelweg naar de Dodaarsweg getransporteerd worden omdat hier de aardappelbewaring is. Smid: “Ik kon merken dat het asfalt van de Vogelweg stukken beter is dan vorig jaar. Nu had ik vaker last van medeweggebruikers die dachten mij, trekker met volle kieper, nog wel te kunnen inhalen. Vaak ging dit op het nippertje goed. Van mij mogen ze de slogan ‘Ze (=de landbouwvoertuigen)  rijden langzamer dan je denkt’ wijzigen in ‘Ze rijden sneller dan je denkt”. Het lijkt wel of mensen niet weten dat je niet pardoes kunt stoppen of uitwijken met een volle kieper”.

Wat Smid al jaren bezig houdt zijn de Oostvaarderswold plannen; “Ik was het van harte eens met Henk Bleker, de staatssecretaris landbouw. Het is doodzonde om deze goede landbouwgronden, deze top-locaties, te wijzigen in natuur. Pure verkwisting. Zowel van de grond als van het geld. Als er dan toch bezuinigd moet worden, stop dan met dit project. Er is nog geen schep in de grond gezet. Alleen nog maar grond aangekocht. Nou, die behoud zijn waarde wel. Die kan de provincie wel weer verkopen indien nodig. Zet er een streep onder en gebruik het geld, voor zover aanwezig, voor meer urgentere zaken als zorg en veiligheid”.

-----------------------------------

Judith Appelhof mag de spits afbijten van deze nieuwe rubriek ZeewoldeBuiten. In deze rubriek komen boeren uit het buitengebied aan het woord. LTO Noord, afdeling Zuidelijk Flevoland nam het initiatief tot deze driewekelijkse rubriek. Het idee is om een aantal Zeewolder boeren te laten vertellen waar zij op dit moment mee bezig zijn en wat hen bezig houdt. Hoe is het jaar geweest, waar zijn ze druk mee, hoe ziet de toekomst eruit. De rubriek start met een fruitteler om vervolgens een akkerbouwer en een veehouder aan het woord te laten.

“Onze appels en peren worden met zorg en liefde geteeld”

Judith Appelhof bestiert samen met haar man Michiel een fruitteeltbedrijf. Ze wonen met hun drie dochters van 3, 6 en 7 jaar aan de Sterappellaan. Op 15 september zijn ze gestart met het oogsten van de Elstar appels en  de Conférence peren. Twee weken later dan normaal vanwege de kou en nattigheid tijdens de bloeiperiode van de bomen. De oogst tot nu lijkt wat slechter qua aantal en qua grootte.

Elke dag lopen er minstens veertig mensen in de boomgaard om de appels en peren te plukken. “Het is allemaal handwerk”, zegt Judith, “en de manier waarop het fruit geplukt wordt is bepalend voor de kwaliteit. Het hele jaar door behandelen wij de bomen met zorg en aandacht, maar als het fruit niet goed geplukt wordt, krijgen we problemen met het bewaren en dus met de afzet”.

Dag

De dagen van Judith zitten vol in deze tijd. De uren tussen 6.30u en 22.30u staan volledig ten dienste van het gezin, het bedrijf en de mensen die helpen plukken. Voordat de kinderen naar school gebracht worden, worden de koffiespullen al klaargezet. Eenmaal in het dorp worden er snel nog wat boodschappen gedaan en dan naar huis om om 10u voor 40 personen koffie en thee te hebben in de boomgaard. Alle spullen kunnen in de daarvoor aangeschafte bakfiets. De kist met stoelen en tafels is dan al ter plekke. Na afloop worden de stoelen weer in de kist gezet die voor de thee op een andere plek komt te staan. Koffie drinken in de boomgaard is efficiënter dan 40 mensen naar de kantine te laten lopen. Bij de koffie komt de appeltaart die Judith de avond te voren heeft gebakken. Na gemiddeld twee weken nemen de plukkers het taartenbakken over. Iedereen kent wel een recept en zo komen spontaan de mooiste appeltaarten op de tafels te staan. Om 12 u wordt er in de kantine gegeten. Er is een kom zelfgemaakte tomatensoep voor iedereen. Daarna gaat Judith een poosje meeplukken om de sfeer te proeven en om te checken of de appels en peren met liefde en aandacht op de juiste manier worden geplukt. “Behandel het fruit als eieren”, is haar slogan. Om 15u zorgt Judith voor koffie/thee/appelsap/water in de boomgaard waarna zij de kinderen van school gaat halen. Op de heenweg neemt ze de ‘schoolpleinplukkers’ mee; de moeders van school die ’s ochtends met Judith meerijden om te plukken en ’s middags weer mee terug gaan. Als het een warme dag is gaat ze om 16u nogmaals met water de boomgaard in en anders ziet ze alle plukkers om 17u vertrekken. Dan staat ze bij de schuur om dag te zeggen en eventuele vragen te beantwoorden. Op zo’n dag wordt er met 40 mensen 50.000 kilo appels en peren geplukt. Deze gaan in kisten en worden naar de schuur gebracht. ’s Avonds, na het eten moeten deze 150 kisten in de koelcellen worden gezet terwijl ondertussen ook nog buren met kisten komen. Deze huren koelruimte bij Appelhof. Het is al gauw 22u als Michiel in huis komt. Judith heeft dan inmiddels de kinderen in bed gelegd, de kantine en toiletten schoon gemaakt en nieuwe appeltaarten voor de volgende dag gebakken.

Toekomst

Judith en Michiel hebben vertrouwen in de toekomst. Door zich te onderscheiden qua product en door te doen waar ze goed in zijn proberen ze leverancier van AH te blijven. “Wij willen vooral luisteren naar de consument en een mooi product leveren. Onze nieuwe rode peer ‘Sweet Sensation’ is hier een voorbeeld van. Aan de andere kant zoeken we ook efficiency door met collega’s samen te werken en door zelf te sorteren en te stickeren”.

Na de oogst is het een poosje rustiger tot januari, dan loopt er weer personeel om de bomen te snoeien. Judith en Michiel hebben het bedrijf qua tijd goed in de vingers. Er blijft tijd over voor Michiel om voorzitter te zijn van de vakgroep ‘hard fruit’ van de The Greenery, de afzetcoöperatie. Judith is zangeres bij The Diva’s, een bandje voor  feesten en partijen. “Je mag opschrijven dat wij 16 oktober optreden op het Halloweenfeest bij Hans en Grietje”.

Zeewolde Actueel | Uw huis-aan-huis nieuwsblad met het laatste nieuws uit Zeewolde | Site ontwikkeling CARD Solutions CARD Solutions