
Zeewolde 40 jaar (deel 28): Nieuwe pachters (1983)
· leestijd 1 minuut AlgemeenDe eerste uitgifte van landbouwbedrijven in Zuidelijk Flevoland was in 1978. De laatste keer vóór de instelling van het gemeente Zeewolde was die van 1983. Voor deze zesde uitgifte ontving de RIJP maar liefst 284 sollicitaties. Er was een zeer strenge selectieprocedure noodzakelijk, want er was slechts plek voor 22 nieuwe bedrijven.
Volgens de Zeewolder Krant was er bij geselecteerde uitverkorenen beslist een soort grootste gemene deler te ontdekken. “Het moeten mensen zijn die zich gemakkelijk op het vlakke polderland kunnen aanpassen. Daarbij moeten zij naast de nodige vakkennis een zakelijk inzicht hebben, dat gekoppeld is aan een goede portie doorzettingsvermogen. Man en vrouw moeten zich volledig in willen zetten voor de opbouw van een nieuw bedrijf.” De door de BDU uit Barneveld aangestuurde weekkrant had weinig op met het openbaar vervoer uit die tijd en in die zin een vooruitziende blik. “Beide echtelieden moeten een rijbewijs hebben om zich zonder al te veel frustraties in de polder kunnen handhaven. Ook moeten alle nieuwkomers zich in willen zetten voor de opbouw van de leefgemeenschap waarin zij geplaatst worden.”
Gelukkigen
Het ging bij de uitgifte 1983 om elf akkerbouw- en even zovele weidebedrijven. Bij negen was er sprake van pacht, bij dertien van erfpacht. Zeven weide- en tien akkerbouwbedrijven zorgden ervoor dat er in de rest van het land ruilverkavelingen konden plaatsvinden. Eén akkerbouwbedrijf loste een ‘knelpunt’ elders op. Tot de in 1983 aangewezen pachters behoorden onder anderen de families De Koning, De Buck, Pollemans en Maarsingh (Dodaarsweg), Drost (Duikerweg), Kreuger (Ooievaarsweg), Van Erk (Slingerweg) en Koopman (Nekkeveldweg). De betrokkenen kwamen uit alle delen van het land.
Polderervaring
De Zeewolder Krant lichtte één nieuwkomer er speciaal uit: Willem Hartkamp, die een bedrijf had toegewezen gekregen aan de Schollevaarweg. Hartkamp had al heel wat polderervaring. In 1948 begon hij in dienst van de toenmalige Directie Wieringermeer – een voorloper van de RIJP – mee te werken aan de ontginning van de Noordoostpolder. Na in loondienst voor drie pachters te hebben gewerkt, was hij vanaf 1959 achtereenvolgens bulldozerchauffeur, ploegbaas en graancontroleur bij de RIJP. In 1964 werd hij gestationeerd als bedrijfsleider op een staatsbouwbedrijf in Biddinghuizen. Het ging om een ‘Bedrijf in Eigen Beheer’, kortweg BIEB. Een groot deel van de winst van het bedrijf ging naar de staat, Hartkamp fungeerde als een soort ambtenaar en kreeg zodoende een vrij vast salaris. In 1983 werd de BIEB opgeheven, waarna een geheel nieuw akkerbouwbedrijf aan de Schollevaarweg in het nieuwe Zeewolde uitkomst bood voor de inmiddels 59-jarige agrariër.
Hartkamp nam meer ‘bagage’ mee. Zijn vrouw Aaltje was eind 1978 op slechts 53-jarige leeftijd overleden. Datzelfde jaar was hun 23-jarige zoon Jan bij een verkeersongeval in Noord-Limburg om het leven gekomen. Zoon Jaap (23), die bij Agrico werkte, vergezelde zijn vader in 1983 bij de kennismaking met de andere pachters. Hij is de langste man op de foto (met rechts naast hem zijn vader). Lang heeft vader Willem niet kunnen boeren op het nieuwste nieuwe land. Hij overleed in november 1988, nog slechts 64 jaar oud. Er stond toen alleen nog maar een schuur aan de Schollevaarweg. Zoon Henk (1961-2020) en zijn partner Esther bouwden er een woning naast en zetten het bedrijf (‘Meervrucht’) vervolgens voort.
![]()































