
Student Pien deed onderzoek naar ‘genderrollen’ in Oeganda: “Mensen hadden dagenlang geen eten gehad, maar ik móest mee-eten”
· leestijd 6 minuten AlgemeenOEGANDA/ZEEWOLDE – Een maand lang verbleef Pien Veenink in het vluchtelingenkamp Kiryandongo in Oeganda. Voor haar masterscriptie politicologie onderzocht ze hoe vrouwen in het Oost-Afrikaanse traditionele genderrollen ervaren. Wat begon als een academisch onderzoek, werd een confronterende kennismaking met armoede, honger, huiselijk geweld én de veerkracht van vrouwen in hun dagelijkse gevecht om te overleven.
(door Mannes Schoppink)
De reis naar Oeganda duurde van 6 april tot 7 mei jl. Alleen, als jonge Nederlandse vrouw, naar een gebied waar veiligheid niet vanzelfsprekend is… Toch voelde Pien (26) dat ze moest gaan. „Mijn onderzoek ging over hoe vrouwen in een vluchtelingenkamp wonen en werken en hoe zich dat verhoudt tot het leven van mannen”, begint de Zeewoldense haar verhaal. “Veel beleid voor vrouwen in conflictgebieden wordt van bovenaf gemaakt, door overheden en internationale organisaties. Maar er wordt vaak te weinig gevraagd aan de vrouwen zelf. Hoe ervaren zij hun situatie? Hoe kijken zij naar hun rol? Ik wilde op deze wijze kennis genereren vanuit de onderste laag van de samenleving.” Via een studiegenoot kwam Pien terecht in Kiryandongo, een groot vluchtelingenkamp op ongeveer 225 kilometer van de Oegandese hoofdstad Kampala. „Zij had daar eerder onderzoek gedaan en contact gelegd met twee vluchtelingen die meerdere talen spreken. Zij konden fungeren als tolk. Dat gaf vertrouwen. Ik kende zodoende tenminste al mensen voordat ik erheen ging.” Toch bleef de reis spannend. „Mijn ouders en mijn vriend moesten wel even slikken toen ze hoorden dat ik de reis alleen zou ondernemen. Daarnaast wist ik van tevoren niet hoe het zat met internet en bereikbaarheid. Gelukkig viel dat mee en kon ik contact houden met Nederland.”
Cultuurschok
Na de vliegreis via Rwanda kwam Pien allereerst in de miljoenenstad Kampala. Daar voelde ze haar eerste cultuurschok. “Alles gebeurde er op straat. Winkels, handel, werk en ontmoetingen; het hele leven speelde zich buiten af. Het was er druk en chaotisch, maar zeker ook levendig.” Het vluchtelingenkamp Kiryandongo bleek vervolgens opnieuw een totaal andere wereld voor de Zeewoldense. Als enige ‘witte’ persoon viel Pien direct op… “Veel mensen hadden nog nooit een wit persoon gezien. Sommige kinderen vonden dat fascinerend en wilden me aanraken. Andere begonnen juist te huilen omdat ik zo anders was dan wat zij gewend waren.” Die zichtbaarheid bracht ook ongemakkelijke situaties met zich mee. Pien werd geassocieerd met iemand van het Rode Kruis of een vertegenwoordiger van een hulporganisatie. „Ze dachten dat ik iets kwam brengen. Dan moest ik uitleggen dat ik hen niet direct kon helpen. Dat vond ik moeilijk. Natuurlijk hoop je dat onderzoek uiteindelijk bijdraagt aan beter beleid, maar ik had natuurlijk geen eten, medicijnen of geld bij me.”
Trump stopt met hulp
De meeste van de in totaal zo’n 160.000 inwoners van Kiryandongo zijn vluchtelingen uit Zuid-Soedan. Andere Oost-Afrikaaanse brandhaarden zijn eveneens vertegenwoordigd, maar minder dominant. Pien raakte onder de indruk van de wijze waarop Oeganda met hun ‘nieuwkomers’ omgaat. “Wanneer ze aankomen, krijgen ze een stuk grond toegewezen waarop ze gewassen mogen verbouwen. Daardoor krijg je handel en ondernemerschap. Je ziet markten, winkels en kleine bedrijfjes. Het is geen tijdelijk tentenkamp waar iedereen wacht op vertrek. Sommigen zijn er geboren, anderen wonen er al tientallen jaren.” De bedoelingen waren weliswaar heel nobel, de omstandigheden in het kamp verre van ideaal… Pien zag armoede, honger en ziekte. Een schokkende ervaring. „Tijdens corona ontvingen veel mensen nog voedselpakketten en andere vormen van ondersteuning. Daarna werd hulp steeds verder afgebouwd. Op een gegeven moment kregen de kampbewoners nog een klein geldbedrag, maar inmiddels is ook dat grotendeels weggevallen. US AID was de grootste financier, maar februari vorig jaar heeft Trump alle hulp stopgezet.” De gevolgen hiervan laten zich raden. Het raakt Pien nog steeds op het moment dat ze erover vertelt. “Ik zag regelmatig mensen die vier of vijf dagen niets hadden gegeten. Dat zijn dingen die je hier bijna niet kunt bevatten. Honger is daar geen uitzondering, maar dagelijkse realiteit.” Ziekten eisen eveneens hun tol in het vluchtelingenkamp. Pien raakte er zelf ook mee te maken. “In mijn laatste week werd ik ziek en werd ik getest op malaria. Gelukkig bleek ik het niet te hebben. En nu heb je daar ook nog ebola. Net toen ik vertrok, had je de eerste uitbraak.”
Traditionele rolpatronen
Het doel van Piens verblijf in Oeganda was het onderzoek naar genderrollen. Via de tolken wist de Zeewoldense 23 vrouwen aan de praat te krijgen. Pien noteerde ijverig wat ze allemaal hoorde. „Bijna al die vrouwen leven volgens zeer traditionele rolpatronen. Een man neemt de beslissingen. Een vrouw zorgt voor het huishouden, de kinderen en vaak ook voor het inkomen.” Wat Pien opviel was dat vrouwen taken van mannen regelmatig overnemen, maar dat andersom vrijwel nooit gebeurt. „Vrouwen werken op het land, verkopen producten op de markt, zorgen voor de kinderen, koken en halen water. Ze doen ontzettend veel. Maar als je vraagt waarom mannen niet helpen in het huishouden, krijg je vaak als antwoord: omdat hij een man is.” Hierop doorvragen bleek lastig. “Voor veel vrouwen was het gewoon vanzelfsprekend. Het zit zo diep in de cultuur dat alternatieven nauwelijks voorstelbaar zijn.”
Religie speelt een grote rol in het leven van de bewoners van het vluchtelingenkamp in Kiryandongo. Christenen zijn er in de meerderheid, maar leven vreedzaam naast de aanwezige moslims. Pien wil niet zover gaan dat het geloof de oorzaak is van de bestaande verhoudingen tussen mannen en vrouwen, maar die worden er volgens haar wel door in stand gehouden. “In gesprekken kwam vaak het verhaal van Adam en Eva terug. Eva zou zijn geschapen om de hulp te zijn van Adam. Dat werd dan uitgelegd als bewijs dat vrouwen er zijn om mannen te ondersteunen.”
Huiselijk geweld
Een van de meest confronterende uitkomsten van het onderzoek van Pien was de omvang van huiselijk geweld. „Alle 23 vrouwen die ik heb geïnterviewd noemden dat. Allemaal. Dat vond ik ontzettend heftig.” Volgens de Zeewoldense is er vaak weinig ruimte om af te wijken van gebruikelijke verwachtingen. „Wanneer vrouwen zich verzetten, bijvoorbeeld door kritiek te hebben op hun man of meer zelfstandigheid te eisen, kan dat leiden tot escalatie. Officieel is huiselijk geweld verboden en kun je ermee naar de kampleiding stappen. In de praktijk gebeurt het gewoon en wordt er niets aan gedaan.” Wat Pien misschien nog meer aan het denken zette, was hoe vrouwen daar zelf naar keken. „Veel vrouwen leggen de schuld bij zichzelf. Ze denken dat ze iets verkeerd hebben gedaan. Daarnaast speelt schaamte een grote rol.” Toch maakte Pien ook hoopvolle momenten mee. „Sommige vrouwen vertelden mij dingen die ze misschien nog nooit eerder hadden uitgesproken. Soms hadden ze voor het eerst hardop gezegd dat ze geslagen werden. En soms hadden ze voor het eerst van iemand gehoord dat dat niet normaal is.”
Gastvrijheid
Ondanks alle armoede werd Pien naar eigen zeggen overal gastvrij ontvangen. „Ik draaide mee in gezinnen en at met families mee. Wat me trof was dat mensen altijd wilden delen. Ze hadden bijna niets, maar wilden toch geven. Dat zorgde soms voor ongemakkelijke situaties. Er was simpelweg niet genoeg eten. Daarom sloeg ik vaak een maaltijd over. Ik wilde niet eten afpakken van mensen die al tekortkwamen.” ‘Uit eten gaan’ is natuurlijk een onbekend fenomeen in Oeganda, eenmaal terug in Nederland werd Pien hier direct voor uitgenodigd. “Er kwam een enorme portie op tafel en ik kreeg het niet op. Ja, dat was heel confronterend. Dan realiseer je je ineens hoeveel luxe we hier normaal vinden.”
Andere vanzelfsprekendheden
Misschien wel het meest verrassend in het Oegandese vond Pien de houding tegenover vluchtelingen. „In Nederland hoor je vaak dat die mensen huizen, banen of voorzieningen zouden afpakken. In Oeganda wonen meer dan twee miljoen vluchtelingen en er blijven dagelijks mensen binnenkomen. Toch hoorde ik Oegandezen daar nauwelijks negatief over praten.” Wanneer ze het onderwerp aansneed, kreeg Pien vaak verbaasde reacties. „Mensen keken me aan alsof ze de vraag niet begrepen. Hun reactie was simpelweg: deze mensen hebben toch hulp nodig? Natuurlijk zijn er ook spanningen, maar die vanzelfsprekende bereidheid om mensen op te vangen vond ik indrukwekkend. Daar kunnen wij in Nederland nog wat van leren. Wij hebben het zoveel beter dan de meeste mensen daar. Dat besef je pas echt als je een maand tussen mensen leeft die vrijwel niets hebben.”
Trots
Inmiddels werkt Pien aan de afronding van haar scriptie, waarmee ze in Nijmegen haar master politicologie voltooit. De belangrijkste opbrengst van haar reis is volgens haar echter niet academisch. „Natuurlijk hoop ik dat mijn onderzoek iets toevoegt aan de wetenschappelijke kennis. Maar de echte winst was dat ik daar was, dat ik met die vrouwen heb gesproken en naar hen heb geluisterd.” Pien blijft realistisch: de vrouwen van Kiryandongo zullen haar scriptie waarschijnlijk nooit lezen. „Maar de gesprekken blijven. Sommige vrouwen hebben voor het eerst verteld wat ze meemaken. Misschien hebben ze voor het eerst gehoord dat geweld niet normaal is en dat zij daar niet schuldig aan zijn.” Even valt Pien stil. „Daar ben ik uiteindelijk het meest trots op. Nog trotser dan op de scriptie zelf.”
John van Weeghel































