
Bosgeluiden | De herfst ligt voor het oprapen
· leestijd 1 minuut BosgeluidenBosgeluiden is een wekelijkse column van de boswachter.
De herfst ligt voor het oprapen, maar hoeveel mag je meenemen?
Ik vind het altijd een mooi moment als de herfst zich aandient. De eerste koude ochtenden, bladeren die langzaam verkleuren en ineens overal noten op de grond. Het brengt me terug naar vroeger, toen een boswandeling nog gewoon betekende dat je met je zakken vol kastanjes en eikels thuiskwam.
Ook nu zie ik in de herfst mensen met kinderen door het bos struinen, op zoek naar iets lekkers uit de natuur. En eerlijk gezegd vind ik dat prachtig. Even geen scherm, maar samen buiten zijn, zoeken, ontdekken en ondertussen leren waar ons voedsel vandaan komt.
Maar dan komt de vraag: mag je die noten eigenlijk zomaar meenemen?
Daarover hoor je van alles. Sommigen roepen dat het verboden is en zelfs onder stropen valt. Zo simpel ligt het niet.
Staatsbosbeheer staat kleinschalig wildplukken voor eigen gebruik toe. Als uitgangspunt geldt ongeveer één 250-grams champignonbakje. Dat is geen wettelijke grens, maar wel de hoeveelheid die Staatsbosbeheer als redelijk beschouwt.
En daar zit wat mij betreft ook gewoon gezond verstand in.
Want wie met een klein bakje noten naar huis gaat, laat de rest liggen. Voor de dieren bijvoorbeeld, die in de herfst hun wintervoorraad bij elkaar zoeken. Maar ook voor andere mensen die graag iets willen rapen.
Wat mij betreft is de regel dan ook simpel: pluk met mate en laat de rest lekker staan of liggen. Geen vuilniszakken vol, geen takken uit bomen slaan en geen struiken beschadigen. Gewoon bukken, oprapen en genieten.
De natuur geeft genoeg. Als we er maar niet te veel van vragen.
Boswachter Rob Koetsier






























