
“De Lelylijn moet er komen!” - Kandidaat Europarlementariërs in debat over regiozaken
· leestijd 2 minuten PolitiekFLEVOLAND - Waarom zijn de Europese verkiezingen op 6 juni van essentieel belang voor de toekomst van de Nederlandse regio, zoals Flevoland? Over die vraag gingen zes kandidaat-Europarlementariërs, aan de hand van vragen van kiezers uit de regio, donderdag met elkaar in gesprek tijdens het eerste Regio EU-Verkiezingsdebat.
Alle partijen lijken het eens over het grote belang van de regio en de noodzaak om hier extra in te investeren, bijvoorbeeld door de Lelylijn zo snel mogelijk aan te leggen. Ook mogen de inwoners van Flevoland de komende jaren echt wat van Europa verwachten op het gebied van subsidies voor lokale initiatieven en energietransitie, als het aan de deelnemende partijen ligt. Het debat is mogelijk gemaakt op initiatief van RegioBank.
Precies één week voor de Europese verkiezingen in Nederland kruisten kandidaat-Europarlementariërs Raquel García Hermida (nr. 2, D66), Anja Haga (nr. 1, CU), Gerben Horst (nr. 6, CDA), Reinout van Malenstein (nr. 3, NSC), Marit Maij (nr. 3, GL-PvdA) en Merel Muller (nr. 28, PvdD) met elkaar de degens over belangrijke regionale vraagstukken zoals mobiliteit, de energietransitie en leefbaarheid. Want juist op deze onderwerpen kan de Europese Unie voor mensen in Flevoland de komende jaren veel betekenen. Zo wordt jaarlijks meer dan een derde van het totale EU-budget, dat zijn dus tientallen miljarden, uitgegeven aan regionale ontwikkeling.
Onder leiding van presentator Shula Tas kregen de kandidaten de kans om hun ideeën over de toekomst van Europa en de regio te delen en vragen te beantwoorden van inwoners uit diverse Nederlandse regio’s. Zo vroeg Michel de Grauw, manager van de RegioBank Alpina Group uit Emmeloord naar de ambities van de kandidaat-Europarlementariërs om de Lelylijn aangelegd te krijgen. CU-lijsttrekker Anja Haga reageerde dat deze Lelylijn er alleen komt als Europa ook bereid is hier geld in te steken. “Nederland en de EU moeten een bijdrage leveren aan de Lelylijn. De noordelijke gemeenten moeten verbonden worden met de Duitsers en de Denen. Om het geld ook echt beschikbaar te maken moeten regionale bestuurders dit op de agenda krijgen.”
Het eerste Regio EU-Verkiezingsdebat deed haar naam eer aan. In korte tijd spraken kandidaten van CDA, CU, D66, NSC, PvdA/GL en PvdD over uiteenlopende regionale uitdagingen. Van het belang van grensoverschrijdende OV-verbindingen, tot het behoud van streekcultuur en streektalen. Van het tegengaan van de verschraling van publieke voorzieningen in kleine kernen tot het betrekken van jongeren bij Europa. Van links tot rechts was iedereen het erover eens dat een groot deel van de oplossingen voor uitdagingen in de regio de komende vijf jaar meer steun vanuit Brussel moet krijgen.
Unaniem pleiten de aanwezige partijen voor meer Europese investeringen in de regio. Uit het debat komen een aantal duidelijke ambities van de kandidaat-Europarlementariërs naar voren:
EU-beleidsmakers moeten bij het maken van beleid en het verdelen van budget vaker het regionale perspectief raadplegen. Bijna 70% van alle Europese wetgeving landt uiteindelijk in de regio. Ga vaker met mensen, organisaties en ondernemers uit de verschillende regio’s in gesprek.
Europees geld moet toegankelijker verdeeld worden. Kleinere regio’s maken in de praktijk minder aanspraak op Europese gelden door bureaucratische barrières, zoals onnodig ingewikkelde aanvraagprocedures. Het speelveld met de rijkere Randstad moet gelijk getrokken worden.
Bied als Europa meer ruimte aan lokale initiatieven om maatwerk te leveren. Verstrekte subsidies moeten écht lokaal het verschil kunnen maken. Daar zou wet- en regelgeving ook meer ruimte én lokale flexibiliteit voor kunnen bieden.























