
Huis voor Taal zorgt voor meer zelfvertrouwen laaggeletterden
· leestijd 2 minuten Algemeen InstagramZEEWOLDE – Het was vrijdag 8 september Wereldalfabetiseringsdag en op deze dag begon tevens de Week van het lezen en schrijven. Het ‘Huis voor Taal’ stond er ’s ochtends naast de bibliotheek aan de Kerkstraat geparkeerde BieBus uitgebreid bij stil. Ook wethouder Erik van de Beld kwam een kijkje nemen en speelde en passant een spel mee met de ‘Escapekoffer’.
Eén op zes
In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat is 18 procent van alle mensen in Nederland, ongeveer één op de zes mensen dus! Je bent als volwassene laaggeletterd, als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Taal altijd een moeilijk vak gevonden hebben op school, kan bijvoorbeeld een oorzaak zijn. Of omdat het Nederlands niet de eerste taal van de betrokkene is. Het bezoeken van een website, het lezen van een menukaart of het doen van een belastingaangifte: voor mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven is dit een grote uitdaging. Om dit onder de aandacht te brengen organiseert de Stichting Lezen en Schrijven samen met partners uit het hele land tot en met vrijdag 15 september allerlei activiteiten voor laaggeletterden. De BieBus naast de Zeewolder bibliotheek is er daar één van.
Prettiger in gezelschap
Het Huis voor Taal is onderdeel van de FlevoMeer Bibliotheek. Er wordt laagdrempelige taalondersteuning aan volwassen laaggeletterden en anderstaligen gegeven. Daarbij is oefenmateriaal aanwezig. Ook zijn er computers om te kunnen oefenen. Bij dit alles staat het ontwikkelen van de basisvaardigheden (taal, rekenen en digitale vaardigheden) centraal. Huis voor Taal is nadrukkelijk geen school, maar een plek om samen te oefenen. Als missie geldt mensen vaardiger te maken voor het leven, doen, durven en je prettig voelen het motto. Een van de vrijwilligers bij het Huis voor Taal is de 22-jarige Casper, die samen met zijn ouders en zusje acht jaar geleden vanuit Polen naar Nederland kwam. “Ik was eerst zelf deelnemer”, vertelde hij vrijdagochtend. “Ik had moeite om Nederlands te praten, ik durfde dat niet zo goed. Ik begreep best veel, maar kon niet zo goed communiceren.” Casper kende mensen bij het Huis voor Taal, die hem overhaalden een keer aan te komen schuiven. “Het was heel leuk om mee te doen. Ik ging steeds beter Nederlands spreken. Ook qua persoon veranderde ik. Ik werd veel opener en socialer en minder verlegen. Ik ging me daardoor veel prettiger bewegen in gezelschappen. Dat was heel fijn allemaal.” Bij het Huis voor Taal leidt Casper, die overdag een HBO-studie op Windesheim volgt, nu zelf een gespreksgroep met volwassenen die het Nederlands onder de knie willen krijgen. Dat doet hij met heel veel plezier. “En inmiddels al twee en een half jaar. Schrijven is nog niet relevant, we concentreren ons op praten, lezen en woordjes leren. En wat de deelnemer zelf wil.”
Geen eenvoudige taal
Wethouder Erik van de Beld (Onderwijs) liet zich vrijdagmorgen eveneens informeren over het werk van Huis voor Taal. Tevens wilde hij weten of er gemeentelijke ondersteuning is en hoe deze werd ervaren. Het kostte vervolgens weinig moeite hem over te halen een spel te spelen met de Escapekoffer, samen met passant Lies die juist op weg was naar de groenteboer op de markt. Bij het spel moesten er op het oog eenvoudige vragen worden beantwoord, maar en passant werd wel duidelijk dat Nederlands geen eenvoudige taal is. De twee spelers hadden enkele noodzakelijke hints nodig, maar wisten de gevraagde code uiteindelijk niet op eigen kracht te kraken.




































