
Laagvliegende legertoestellen kunnen voor geluidsoverlast zorgen: oefening duurt twee weken
AlgemeenREGIO - Het Nederlandse leger houdt van 8 tot en met 19 september een grootschalige internationale luchtmachtoefening. Daarbij vliegen militaire transportvliegtuigen tijdelijk lager dan normaal is toegestaan.
Het 336 squadron van de Koninklijke Luchtmacht doet mee aan Falcon Leap, een multinationale airborne oefening. Speciaal voor deze oefening hebben de gezagvoerders van de militaire transportvliegtuigen een ontheffing gekregen van de minimale vlieghoogte. Dat betekent dat de vliegtuigen gedurende delen van de oefening lager mogen vliegen dan de normale regels toestaan. Continu laag vliegen is niet toegestaan: de ontheffing geldt alleen voor de vliegdelen die voor de oefening noodzakelijk zijn.
Tactisch laagvliegen
Het doel van de oefening is het trainen van tactisch verplaatsen op lage hoogte. Daarbij gebruiken de bemanningen mogelijk nachtzichtapparatuur (Night Vision Goggles) en het zogeheten Cargo Delivery System, waarmee lading vanuit het vliegtuig wordt afgeworpen. Om die lading veilig op de juiste positie te laten neerkomen, is laag vliegen noodzakelijk.
Geluidshinder zoveel mogelijk beperkt
De oefening vindt plaats over een groter gebied, zodat vliegers verschillende routes kunnen plannen afhankelijk van de opdracht en de oefenlocaties. Dat spreidt ook het geluid. Aanvliegroutes, -hoogten en oefenlocaties worden zo gekozen dat geluidshinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.
John van Weeghel























