Afbeelding
Foto: Structuurvisie Zeewolde 1982

Een kijkje achter de schermen van hoe Zeewolde ontstond…

· leestijd 5 minuten Algemeen

ZEEWOLDE - Zeewolde werd gemeente op 1 januari 1984. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Om dat te kunnen begrijpen is een inkijkje nodig in de bestuurlijke verhoudingen zoals die lange tijd golden in de (nog aan te leggen) polders. Er waren geen gemeenten en het gebied was niet provinciaal ingedeeld. In plaats daarvan was het bestuur geregeld in een aparte wet, de Wet Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders uit 1955. Meestal aangeduid met de Wet ZIJP.

Landdrost

In die Wet ZIJP was geregeld dat het lokaal bestuur in handen kwam van een ‘openbaar lichaam’ met aan het hoofd een kanddrost. Die landdrost was zowel burgemeester, college van B en W en gemeenteraad. In dezelfde wet was geregeld dat de inrichting van de polders een zaak was van de minister van Verkeer en Waterstaat. Binnen het ministerie was daarvoor een speciale dienst verantwoordelijk: de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, kortweg de RIJP. 

Tot slot: de Wet ZIJP regelde dat het provinciaal bestuur werd belegd bij de minister van Binnenlandse Zaken. Die was Commissaris van de Koningin, Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten tegelijk. Een zeer eenvoudige en in de praktijk zeer efficiënte regeling voor een bijzondere en ingewikkelde klus: het inrichten van nieuw land dat ruimte moest gaan bieden aan honderdduizenden mensen, nieuwe steden en dorpen, grootschalige landbouw, industrie, recreatie etc. Tegenwoordig zou dat niet meer op deze manier kunnen.

Bescheiden budget

Feitelijk trok de RIJP aan de touwtjes. De hoofdirecteur van de RIJP was lange tijd ook de landdrost! De RIJP beschikte over een groot en deskundig apparaat (tussen de 1.000 en 1.200 medewerkers) en verspijkerde jaarlijks bijna één miljard gulden. 

Het Openbaar Lichaam ZIJP had daarentegen een heel bescheiden apparaat en nauwelijks budget. De ‘machtsverhouding’ tussen de RIJP en het openbaar lichaam ZIJP zie je ook terug in de huisvesting zoals die begin jaren 70 in Lelystad werd gerealiseerd. De RIJP zetelde in het Smedinghuis (een enorm kantoorgebouw met 8 verdiepingen). Het Openbaar Lichaam ZIJP in een bescheiden gebouwtje in de schaduw van het Smedinghuis.

Spanningen

Lange tijd ging het goed maar in de eerste helft van de jaren ‘70 begon het beeld te veranderen. Bestemmingsplanprocedures met de mogelijkheid van inspraak en bezwaar golden niet in de polders. Dat kwam de snelheid van bouwen zeker ten goede, maar het was tegelijkertijd een bron van toenemende spanningen tussen de RIJP en de nieuwe inwoners. En als mensen met bezwaren tegen plannen van de RIJP zich wenden tot hun lokaal bestuur dan moesten ze aankloppen bij de landdrost of te wel de hoofddirecteur van de RIJP. 

De uitkomst laat zich raden. De spanningen liepen op een gegeven moment zodanig op dat regering ingreep. In 1976 werd de voormalig wethouder van Amsterdam, Han Lammers, benoemd tot landdrost. Vanaf dat moment werden de verschillen van inzicht tussen RIJP en landdrost niet langer binnenskamers ‘opgelost’ maar lag het conflict ‘op straat’. Dat ging over van alles en nog wat: van ingewikkelde contracten met projectontwikkelaars tot en met het betwisten van de rechtsgeldigheid van verkeersborden.

Alles uit de kast

De nieuw benoemde landdrost trok alles uit de kast om aan te tonen dat er zo snel mogelijk normale bestuurlijke verhoudingen moesten komen, met een gekozen gemeenteraad als het hoogste bestuursorgaan op lokaal niveau. 

Daar dacht de RIJP anders over. Er kon pas sprake zijn van een gemeente als er sprake was van voldoende inwoners en de ontwikkeling van het gebied nagenoeg was afgerond. Feitelijk bepaalde lange tijd de RIJP het tijdstip van gemeentewording. Lammers zag de trage besluitvorming rond de gemeentewording van Lelystad (1980) met lede ogen aan. Dat moest in zijn ogen voortaan anders en vooral veel sneller. 

Hij kreeg zijn zin. Almere zou gemeente kunnen worden in 1984. Een stuurgroep onder verantwoordelijkheid van de Directeur Generaal Binnenlands Bestuur, Elco Brinkman, zette de vaart er in. Zoals de kaarten toen lagen zou Zeewolde pas veel later volgen; ergens begin jaren ’90, als het aan de RIJP lag. En in Den Haag was de aandacht vooral gericht op Almere vanwege het belang van de woningbouw.

Korte voorbereidingstijd

In 1982 werd de Wet instelling gemeente Almere ingediend en leek Zeewolde pas later aan de beurt. Maar daar stak Lammers een stokje voor. Hij vond dat Zeewolde tegelijk met Almere gemeente moest worden. Het gebied van de toekomstige gemeente Zeewolde telde begin jaren ‘80 alles bij elkaar 1.500 inwoners en voornamelijk in het buitengebied. De eerste woning in de woonkern werd pas in 1983 opgeleverd. 

De RIJP lag aanvankelijk dwars en ook het Dagelijks Advies College van Zeewolde (voorloper van het college van B en W) bestaande uit Jan van Dongen en Jan Miedema moest nog overtuigd worden. Terwijl de parlementaire behandeling van de instelling van de gemeente Almere volop aan de gang was ging Lammers het gesprek met beide heren aan. Die aarzelden. Het instellen van een gemeente was in hun ogen best een ingewikkelde klus en hoe pak je zoiets aan? Daar hadden ze totaal geen ervaring mee. 

Bovendien was de voorbereidingstijd wel heel erg kort, hooguit een paar maanden. Lammers stelde hen gerust: de Stuurgroep voor Almere kon Zeewolde er wel bij doen. Zij hoefden zich maar om één ding druk te maken, namelijk ervoor zorgen dat de toekomstige gemeente voldoende geld (de ‘bruidsschat’) zou meekrijgen van het Rijk om de nieuwe gemeente verder op te bouwen. Daar moest stevig onderhandeld worden want het Rijk wilde juist bezuinigen. De ogen van beide heren begonnen te glimmen.

Wetsontwerp

Onderhandelen..., daar wisten beide heren met hun agrarische achtergrond wel raad mee! Op advies van Lammers verzocht het Dagelijks Advies College in aan brief aan de minister van Binnenlandse Zaken om de gemeente Zeewolde per 1 januari 1984 in te stellen. De landdrost schreef aan de minister dat hij het hiermee eens was. Die ging overstag. Hij vond dat de bijzondere bestuurlijke constructie in de polders niet langer moest duren dan strikt noodzakelijk. En hoewel hij aanvankelijk meende dat de noodzakelijke voorbereidingstijd voor instelling van een gemeente Zeewolde per 1 januari 1984 te kort zou zijn, vond hij dat ‘bij nadere overweging’ niet meer het geval. De voorbereidingstijd was extreem kort (een paar maanden), maar zoals zo vaak, ‘onder druk wordt alles vloeibaar’. Het wetsontwerp Instelling gemeente Almere werd omgebouwd naar een wetsontwerp Instelling gemeenten Almere en Zeewolde.

Eigen benen

Belangrijke onderwerpen waarover met het Rijk werd onderhandeld waren de woningbouw en het voorzieningenniveau (sportaccommodaties, sociaal-culturele voorzieningen, scholen) en natuurlijk de financiën. Uitgangspunt hierbij was de ontwikkeling van een woonkern tot een omvang van circa 25.000 inwoners. Op die omvang moest ook het voorzieningenniveau worden afgestemd. Er werden afspraken gemaakt over wat het Rijk in de periode na gemeentewording nog zou uitvoeren voor rekening van het Rijk. Dat werd vastgelegd in een afwerkprogramma. Vanaf 1990 moest de gemeente volledig op eigen benen staan.

Zuidlob

Vermeldenswaard is nog de gemeentegrens met Almere. Almere claimde aanvankelijk een deel van het gebied dat nu bij Zeewolde hoort. De landdrost was van mening dat de zuidwestelijke in Flevoland gelegen landbouw- en recreatiegebieden (de ‘Zuidlob’) dienen te worden ingedeeld bij de Almere. Hij vond dat deze gebieden met intensieve en grootschalige recreatieprojecten met name in de zomer extra toezicht en dienstverlening zouden vergen. Een grote gemeente als Almere zou dat beter kunnen dan een kleine gemeente als Zeewolde. Bovendien had een grote gemeente als Almere behoefte aan ruimte voor recreatie voor haar inwoners. 

Daar was Zeewolde het niet mee eens. De minister van Binnenlandse Zaken, Koos Rietkerk, vond dat indeling van dit gebied bij Zeewolde de voorkeur verdiende boven indeling bij Almere. En Lammers kon zich daar persoonlijk wel in vinden. En, zo vond hij, als Almere in de toekomst wilde groeien en meer grondgebied nodig had, dan moesten ze eerst maar onderhandelen met ‘de boeren’. Dat hij niet alleen ‘burgemeester’ was van Almere maar ook van Zeewolde zal daarbij zeker meegespeeld hebben. En zo werd Zeewolde – zeker op dat moment – qua oppervlak een van de grootste gemeenten in Nederland.

Cees de Vries
Zeewolde, december 2024

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Afbeelding
Hoe denken Zeewoldenaren over… openbare orde en veiligheid in Zeewolde? Onder ons gesproken gisteren
Mitchell ten Hove en Barbara Lok
Vernieuwend theaterspektakel heeft muzikale elementen uit de Middeleeuwen én een rockopera Ridders & Juffers wordt groots, meeslepend en uniek Zakelijk nieuws lokaal 6 mei, 17:45
COPYRIGHT MARCEL JURIAN DE JONG
Gratis workshop Reizen met openbaar vervoer Algemeen 6 mei, 16:18

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.