
Niemand blij met voorgestelde verhoging zaalhuur sportverenigingen
· leestijd 1 minuut PolitiekZEEWOLDE – Alle aanwezige raads- en burgerraadsleden waren het er donderdag bij de oordeelsvormende avond over eens dat het geen goed idee was de zaalsporten een verhoging van 9 procent op te leggen voor het huren van de sporthallen, maar de meesten van hen vonden het nog wat te vroeg de onheilsboodschap helemaal terug te (laten) draaien.
De hele raad houdt de adem in voor het ‘ravijnjaar’ 2026, waarin de gemeenten minder inkomsten krijgen vanuit het Rijk en er op diverse posten bezuinigd zal moeten worden. Om de uitdagingen het hoofd te bieden, heeft de gemeente mogelijke ombuigingen uitgewerkt. Hiermee hoopt zij ‘voorbereid en wendbaar’ te zijn.
Het college stuurde de raad allerlei voorstellen die met elkaar een ‘wat-als’-scenario vormen. Zo wil men voorkomen dat er ombuigingen worden doorgevoerd die later wellicht niet nodig blijken. Tegelijkertijd wordt voor duidelijkheid gezorgd over de aanpak als een verbetering uitblijft. De zaalsportverenigingen hadden echter uit de wandelgangen al wel gehoord dat zij mogelijk ‘aan de beurt’ zijn en geconfronteerd worden met een zeer onwelkome verhoging van de zaalhuur. Ben Scharft was donderdagavond hun woordvoerder. Hij liet weten dat veel verenigingen de extra huur niet aan zouden kunnen en gedwongen zouden worden hun contributie te verhogen.
Kennelijk geschrokken lieten alle fracties weten de zaalsporten een warm hart toe te dragen en grote moeite te hebben met de aan de verenigingen gegeven boodschap. Arjan Kremer (ChristenUnie) ging daarbij het verst. Hij kondigde aan een motie te overwegen de huurverhoging nu alvast te in te (laten) trekken. De opbrengst (28.000 euro op een totaal van enkele miljoenen) zou geheel wegvallen bij de impact die de huurverhoging op de (sportieve) samenleving zou hebben.
Bouwe van der Weide (CDA) sloot zich direct bij Kremer aan. Dit ging Hans de Groot (VVD) echter toch iets te snel. Inhoudelijk was hij het geheel met de beide heren eens, er stonden volgens hem veel meer mogelijke bezuinigingen op papier en die verdienden in zijn ogen een eerlijker vergelijking. Bovendien wilde hij de zogenoemde meicirculaire vanuit Den Haag afwachten, waarin meer duidelijkheid zou komen over de donkere wolken richting ravijnjaar 2026.

























