
Bas Draijer is 15 en mag nu echt autoracen
· leestijd 2 minuten SportZEEWOLDE – Bas Draijer mocht 29 mei jl. op het circuit van Zandvoort zijn eerste officiële wedstrijd racen voor de PTC-Cup. De net 15 jaar geworden Zeewoldenaar snapt ook wel dat je niet zomaar een nieuwe Max Verstappen wordt, hij zit vol ambitie en hoopt zover mogelijk te komen in de autosport. Vader Erik is ondertussen zijn grootste fan. Jammer dat dit in zijn tijd nog niet mogelijk was.
Bas Draijer kartte voor het eerst in 2018. Hij weet dat moment nog heel goed. “Het was op een kinderfeestje en ik vond het hartstikke leuk”, lacht de jeugdige dorpsgenoot. Bas kwam al snel terug op de kartbaan in Lelystad en huurde daar een kart. Hij volgde cursussen om de vlaggen en de regels te leren en deed succesvol mee aan verschillende oefenwedstrijdjes. “Op mijn twaalfde kreeg ik voor Sinterklaas mijn eerste eigen kart, een Parolin RK1. Ik vond het karten steeds leuker, maar ik wilde uiteindelijk toch meer.” Eind 2019 begon Bas met een autocursus, waarvoor hij in maart van het volgende jaar slaagde. “In het vervolg daarop heb ik een cursus gedaan in het Duitse Meppen en daar behaalde ik mijn officiële EU-racelicentie. Ik eindigde bij de cursus als derde in een veld met allerlei volwassenen. Met de licentie mag ik op alle Europese circuits meedoen aan de races, maar daarvoor moest ik wel eerst 15 zijn.” Drie dagen voor die felbegeerde verjaardag kreeg Bas alsnog dispensatie en mocht hij op het circuit van Zandvoort meerijden voor de PTC-Cup. “Ik reed in een Citroën C1 met 29 deelnemers en behaalde een tiende en een zesde plek. Binnen het deelnemersveld is er een zogenoemde rookie-klasse. Daarbij werd ik twee keer derde.”
Bas zit in de derde klas van het 2-talig vwo op RSG Slingerbos in Harderwijk. School en de racerij hebben elkaar tot nu toe nog niet gebeten. “Aan het begin van dit schooljaar hebben we er wel een gesprek over gehad. Ze weten dat ik dit talent heb. De school gaat gelukkig goed. Het is door de week hard werken, zodat ik het weekend vrij heb om te racen.”
Op rechte stukken in Zandvoort en Assen kan Bas de 170 km/u aantikken. Bang moet je daarbij niet zijn, wel voelt hij op zulke momenten de spanning en adrenaline. “Ongelukken heb ik tot nu toe niet gehad. Wel kan het zijn dat ik soms te hard op een bocht afga. Als je de bocht ingaat, moet je natuurlijk het geloof hebben dat het goed gaat komen. Je ziet pas halverwege de bocht of het inderdaad lukt. Het is dan ook heel belangrijk dat je je goed blijft focussen.” Het zal geen verwondering wekken dat Bas’ ouders de grootste fans van hun zoon zijn. Door corona kon mocht Bas telkens slechts één begeleider meenemen. Dat was pech voor moeder Kirsten, die anders zeker vaker mee zou gaan, vader Erik is er elke keer bij. “Voor mijzelf was het misschien vroeger ook wel een droom”, lacht pa Draijer. “Toen ik jong was, was het karten er nog niet zo. Karten is een kostbare sport, een kart kost bij wijze van spreken meer dan een hockeystick. Datzelfde geldt natuurlijk voor de autosport. Ik vind het allemaal heel leuk, ik zou het vroeger ook wel hebben gewild. Ik gun het Bas, hij geniet ervan en hij is goed in wat hij doet.” Bas glundert. Complimenten zijn altijd leuk en zeker als ze worden uitgesproken door je eigen vader.

























