
80 Jaar Vrijheid | Tastbare herinneringen in Zeewolde
· leestijd 2 minuten AlgemeenZEEWOLDE - Bij de drooglegging van Zuidelijk Flevoland gaf de bodem van het IJsselmeer talloze herinneringen aan vervlogen tijden prijs. Scheepswrakken en vliegtuigresten waren tastbare bewijzen dat zich ook in dit deel van het IJsselmeer, en voorheen de Zuiderzee, veel heeft afgespeeld. In het kader van 80 Jaar Vrijheid zijn met name de wrakken van geallieerde en Duitse vliegtuigen van historisch belang.
(door Cees Steijger)
Binnen de huidige gemeentegrenzen van Zeewolde zijn drie geallieerde toestellen neergekomen, en één Duitse jager. Vliegtuigen die op het land neerstortten, werden in de meeste gevallen tijdens de oorlog door de Duitse bergingsdienst opgeruimd. De Duitsers waren vooral geïnteresseerd in de waardevolle metalen; de wrakken werden via zogenaamde Zerlegebetriebe naar de smeltovens afgevoerd. Ook vliegtuigen die in zee waren gestort, werden waar mogelijk geborgen. Echter, op plekken waar het Duitse bergingsschip door de geringe waterdiepte niet kon komen, of waar ze juist op groter diepte lagen, bleven de wrakken vaak onaangeroerd.
Drie vliegtuigwrakken
Op het huidige grondgebied van Zeewolde zijn drie wrakken van geallieerde vliegtuigen gelokaliseerd, en één Duitse jager. IJsselmeervissers hadden de ligplaatsen al jaren nauwkeurig in kaart gebracht, zowel om hun netten te beschermen als om visrijke locaties te markeren. Wrakdelen boden namelijk beschutting voor vissen en waren daardoor geliefde visplekken.
Toen het wrak zichtbaar werd van de Boeing B-17-bommenwerper die op 21 februari 1944 op het huidige terrein van RCN neerstortte, werden ook de verstrikte visnetten zichtbaar. Dit toestel, met de naam Crazy Horse, was op de terugweg van een zware aanval op het Duitse vliegveld bij Diepholz toen het door motorproblemen ten onder ging. Ooggetuigen bij Horst zagen hoe de bommenwerper vlak voor de kust neerstortte. De 26-jarige piloot Ralph Holcombe kwam daarbij om het leven.
Bij de crash van een Britse Stirling-bommenwerper, in de nacht van 12 op 13 mei 1943, verloor de volledige zevenkoppige bemanning het leven. Dit toestel was op de terugweg van een bombardement op Duisburg in het kader van de Battle of the Ruhr. De bommenwerper werd opgemerkt door radarstation Hase bij Harderwijk, waarna een Duitse nachtjager werd gedirigeerd om het toestel te onderscheppen. Uffz. Emil Heinzelmann van het 8./NJG1-nachtjagersquadron (gestationeerd op Twente) schoot de Stirling neer met zijn Messerschmitt Bf 110. Vier bemanningsleden werden nog tijdens de oorlog geborgen; de overige drie pas in 1970, tijdens een bergingsoperatie aan de Erkemederweg.
De piloot van het derde geallieerde vliegtuig werd nooit gevonden. De 29-jarige Leonard Werner stortte met zijn P-51 Mustang neer nabij de huidige Helling, vlak bij de Ossenkampweg. Op 20 november 1944 was hij op de terugweg van een missie bij Aken toen hij boven Harderwijk in botsing kwam met een andere P-51. De piloot van dat toestel wist zich met een parachute te redden en stortte neer bij Horst.
De Duitse jager betrof een Bf-110 die op 29 september 1943 door een Britse Beaufighter boven het IJsselmeer was neergeschoten. Naar later de B-110 van Hauptmann August Geiger een beroemde Duitse vlieger van het 7 Staffel van het gevreesde Nachtjagdgeschwader 1 op Twente. De Bf 110 werd in 1971 aan de Baardmeesweg geborgen.
Fietsroute crashlocaties
Alle namen van de omgekomen geallieerde vliegers zijn te vinden op het Vliegermonument aan de Kastanjelaan. Dit monument vormt een prachtig startpunt voor een fietstocht langs de crashlocaties, die allemaal zijn gemarkeerd met een informatiepaal. Meer over deze route is te vinden op de websites wo2crashroute.nl en puurzeewolde.nl.
![]()
vrijheid.nl
























