
Wethouders Steven Scheffer en Ernst Bron nemen afscheid: ‘Jullie wilden Zeewolde mooier maken’
· leestijd 2 minuten PolitiekZEEWOLDE – Met warme woorden, persoonlijke anekdotes en twee gemeentelijke waarderingsspelden heeft Zeewolde maandagmiddag afscheid genomen van de wethouders Steven Scheffer (Leefbaar Zeewolde) en Ernst Bron (ChristenUnie). Bij het sfeervolle samenzijn in FIKA waren naast collega-bestuurders uit Zeewolde ook vertegenwoordigers uit Harderwijk en Ermelo, (oud-)raadsleden, ambtenaren, familie en vrienden aanwezig.
‘Twee topwethouders’
Burgemeester Bram Harmsma opende de bijeenkomst met een knipoog naar de (inmiddels iets mindere) tropische temperaturen. “Een korte broek en slippers hadden misschien beter gepast dan dit werktextiel”, zei hij, voordat hij beide vertrekkende bestuurders prees. “Wij nemen afscheid van twee topwethouders.”
Volgens Harmsma hebben Scheffer en Bron een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van Zeewolde. Zo wees hij op de plannen voor de nieuwe raadzaal in het verbouwde gemeentehuis. “Dat die plannen er liggen, is mede te danken aan deze twee wethouders.” De burgemeester benadrukte dat het wethouderschap veel meer vraagt dan alleen kantooruren. “Jullie hebben jarenlang een groot deel van jullie tijd, energie en nachtrust aan Zeewolde gegeven. Jullie wilden Zeewolde mooier maken en dat verdient respect.”
Feiten en meningen
Harmsma typeerde Steven Scheffer als een bestuurder met een scherp analytisch vermogen en bestuurlijke rust. “Je stelde altijd de vraag achter de vraag en kwam nooit met een snelle conclusie.” Zijn werk op het gebied van financiën en bedrijfsvoering noemde hij van grote waarde. Ernst Bron omschreef hij als open, benaderbaar en uitstekend voorbereid. “Besturen betekende voor jou eerst luisteren, feiten van meningen onderscheiden en daarna pas oordelen.”
Extra persoonlijk werd het toen Harmsma terugblikte op de periode waarin Bron het wethouderschap combineerde met de zorg die hij moest hebben voor zijn zieke vrouw thuis. “Hoe jij daarmee omging, dwingt diepe bewondering af.” Als blijk van waardering ontvingen zowel Scheffer als Bron de gemeentelijke waarderingsspeld.
Ook ChristenUnie-fractievoorzitter Gerard den Bakker sprak Bron toe. Hij refereerde aan zijn inzet bij complexe dossiers, zoals Lelystad Airport, de defensieplannen voor een kazerne in Zeewolde en het nieuwe afvalinzamelingssysteem. “Bij het kazerneverhaal luisteren je naar de boeren, bracht hun zorgen onder de aandacht in Den Haag en zorgde dat de stem van Zeewolde werd gehoord. Besturen was voor jou luisteren, uitleggen en vertrouwen kweken. Je kon je ook nog eens goed inleven in ongeduldige inwoners, omdat je als raadslid jarenlang aan de andere kant van de tafel had gezeten.”
24.000 bondscoaches
In zijn afscheidsspeech blikte Bron terug op vier jaar wethouderschap na zestien jaar in de gemeenteraad. “Het ene moment sprak ik met een staatssecretaris, het andere met een inwoner. Die veelzijdigheid maakte het vak zo aantrekkelijk.” Met humor merkte hij op dat Zeewolde ‘24.000 bondscoaches’ kent als het gaat om de openbare ruimte. Ook sprak hij zijn waardering uit voor de agrarische sector. “We moeten zuinig zijn op onze landbouwgronden. Niet alle opgaven uit Den Haag kunnen hier zomaar worden ingevuld.”
Steven Scheffer besloot zijn politieke loopbaan na tien jaar. Hij vervulde vrijwel alle rollen in de lokale politiek: partijbestuurder, raadslid en tweemaal wethouder. Hij noemde het versterken van de gemeentelijke financiën, de samenwerking binnen Meerinzicht, de ontwikkeling van sportvoorzieningen en de transformatie van Open Haven tot Maatschappelijk Centrum Zeewolde als hoogtepunten.
Scheffer stond ook stil bij de bijzondere dynamiek van de politiek. “Feiten zijn belangrijk, maar beleving speelt minstens zo’n grote rol. Toch heb ik nooit getwijfeld aan de intenties van anderen. Iedereen wilde uiteindelijk het beste voor Zeewolde.” Zijn laatste advies aan de gemeenteraad en het nieuwe college was helder: “Blijf naar elkaar luisteren en vraag je bij elk onderwerp af wat inwoners er eigenlijk aan hebben.”













































