
Zeewolde 40 jaar (deel 25): De eerste dierenarts van Zeewolde
· leestijd 1 minuut Algemeen InstagramMet recht een pionier was de eerste dierenarts van Zeewolde, de uit het Gelderse Eibergen afkomstige Henk Griesen (1948-2019). Griesen had begin jaren ’80 al het idee een eigen praktijk te starten in het aanstaande dorp in Zuidelijk Flevoland. Hij zocht hierover contact met de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, maar deze reageerde aanvankelijk nogal lauw. Zo’n praktijk zou pas zin hebben als de eerste inwoners van het daadwerkelijke dorp zouden arriveren en dat was volgens de dienst op dat moment nog niet het geval. Griesen gaf echter niet op en begin 1981 kon hij de RIJP er toch van overtuigen dat een dierenarts wel degelijk van belang zou zijn bij de ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland. De seinen stonden op groen en vanaf dat moment kreeg de Achterhoeker alle medewerking.
Dasselaarweg
Griesen kreeg een eigen plek aan de Dasselaarweg. Op 1 september 1981 ging zijn praktijk van start. Datzelfde was op dat moment het geval met de naastgelegen eerste kleuter- en lagere school van Zeewolde, ’t Wold. Het praktijkgedeelte in de noodwoning van de dierendokter bestond uit een kamertje van drie bij drie meter. Hierin stonden een bureau, een behandeltafel en enkele stellingen voor de medicijnen. De eerste klanten waren veehouders die bij de uitgifte van 1979 en 1980 een bedrijf toegewezen hadden gekregen en de jaren erna naar Zeewolde kwamen verhuizen. Griesen maakte al kennis met de betrokken boeren, door hen vooraf op het oude land te gaan bezoeken. De eerste patiënten van Griesen waren een pink van Teun Hassink, die al vee in de polder had lopen (en die een veehouderijbedrijf zou starten aan het Erkemederpad), en de hond van havenmeester Jan Verschoor.
Pioniersgeest
Griesen voelde zich op het nieuwe land als een vis in het water. “Wij hebben nog niet het idee dat we aan het einde van de wereld wonen”, vertelde hij in februari 1982 aan de Telegraaf die een kijkje bij hem kwam nemen. “Het bevalt ons hier prima, maar er zijn natuurlijk wel een aantal praktische bezwaren. Zo komt de bakker maar één keer per week aan de deur en als we boodschappen moeten doen, zijn de winkels wel erg ver weg. Er heerst hier wel een pioniersgeest. De mensen helpen elkaar veel en er is sprake van een hecht gemeenschapsleven.”
Permanente huisvesting
Met de uitgiftes van 1982 en 1983 groeide Griesens praktijk. De dierenarts kreeg meer buren aan de Dasselaarweg. Zo kwamen er ook noodonderkomens voor de Rabobank, de bibliotheek en het voorlopige raadhuis. In 1983 startten tevens de werkzaamheden voor de bouw van woningen in het dorp Zeewolde. Daardoor kwam ook voor Griesen permanente huisvesting in beeld. Eind 1984 verhuisde zijn praktijk naar de Nes, waar hij een woon- en praktijkpand betrok. Heel triest voor de dierenarts was het overlijden van zijn eerste vrouw Rikie op slechts 34-jarige leeftijd op 9 juli van dat jaar.
In de loop van de jaren ’80 ontgroeide Griesen zijn werkplek aan de Nes en besloot hij samen met zijn collega Barend ten Voorde een nieuwe praktijkruimte te bouwen. Deze werd in de herfst van 1991 gerealiseerd op het Gildenveld. De twee dierenartsen gingen in maatschap. Er waren ondertussen weinig plekjes in het buitengebied die zij niet blindelings wisten te vinden.
(voornaamste bron: Boerderijenboek Zuidelijk Flevoland)
![]()































