
Bij de les | Noodpakket
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Noodpakket
“Mevrouw, als er nood komt, hoeven we dan ook niet naar school?”
Het is het eerste wat mijn leerlingen zeggen als het woord “noodpakket” valt. Ze kijken er bijna hoopvol bij. Alsof een landelijke crisis vooral een onverwachte studiedag oplevert. Ik schiet in de lach, en met mij nog een stel.
“Mevrouw, daar moet u niet om lachen,” zegt er één. “Mijn ouders hebben echt dozen vol ingeslagen hoor.”
Al pratend vinden ze het minder grappig.
Je mobiel opladen kan dan niet. McDonald’s is dicht. Geen benzine voor je brommer. En je kunt de wc niet doortrekken.
Dat laatste moeten ze even voor zich zien. Ze praten door elkaar heen en bedenken oplossingen. Emmers. Buiten. Bij de buren. “jak!.”
De koelkast doet het niet. De frituurpan ook niet. Geen Netflix. Geen TikTok. Geen warme douche. Geen magnetronmaaltijd. Geen koffieapparaat. Geen airfryer. Ineens voelt dat noodpakket niet meer als iets uit een overheidsfolder, maar als een barst in alles wat normaal is.
En dan schuiven we ongemerkt een serieuzer stukje in. Want ja, ik heb ook water ingeslagen. Snoetenpoetsers. Batterijen. En ik zag al een handeltje in radio’s ontstaan. Iemand vertelde dat zijn kerstpakket dit jaar een noodrantsoenpakket was. Het klinkt nog steeds als een ver-van-mijn-bedshow. Totdat je erover praat.
“Mevrouw,” zegt een leerling, “ik krijg hier een beetje corona-vibes van.”
Dat snap ik. Ook toen voelde het eerst onwerkelijk. Raar. Ongeloofwaardig. Avondklok? Scholen dicht? Vaccinaties? Als iemand dat een maand van tevoren had gezegd, was hij uitgelachen.
We hebben een mooi gesprek. Over angst. Over alleen zijn. Over schouders ophalen en denken: ‘boeie’. En ook dat is oké. Maar ik merk dat het bij sommigen hoog zit. Het gesprek erover voeren lucht op. Ze horen het nieuws toch wel. De ene ouder is bezorgd, de andere lacht het weg. Bangmakerij of goede voorbereiding — maar ook pubers hebben er gedachten bij.
Later denk ik aan mijn oma. Die altijd een voorraadkast had “voor het geval dat”. Geen paniek, geen doemdenken. Gewoon vooruitdenken.
Misschien is dat het verschil, en gaat een noodpakket óók over hoe je ermee omgaat. En soms begint voorbereiding niet met flessen water, maar met een gesprek aan tafel - of in de klas.
Ps. Bedankt voor lieve reacties op mijn vorige column: hier een opgelucht mens, want de uitslag was goed!
John van Weeghel






























