
Bij de les | Bemoeial
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Bemoeial
“School is een irritante verkwisting van mijn vrije tijd”. Hij zei het met volle overtuiging. En met volle mond. Resoluut.
Hij is geen verveeld kijkende, puberende zestienjarige slungel. Nee, voor me zit een gewone kleine brugklasser zonder pukkels: “Echt mevrouw: school is zónde van m’n tijd!”
Hij vertikt het om zijn best te doen voor zijn schoolwerk. Hij dacht dat hij de havo makkelijk zou kunnen halen met niet veel doen. Maar helaas. Nu zit hij voor mijn neus. Amper een paar weken op school. Hij heeft zijn eerste cijfers binnen en die zijn dramatisch laag.
Ik begin over bijles of hulp bij het plannen. Maar nee, daar wil hij niks van weten. “Geen zin”.
“En... u hoeft mijn ouders niet te bellen; mijn vader vindt ook dat school je privéleven te veel in de weg zit.” Ik schiet in de lach. Een vader met een bijzondere gedachtegang.
“Wat doe je dan in je vrije tijd?”, vraag ik. “Vissen, tv-kijken, voetballen, gamen, Netflixen, chillen. En door dat huiswerk kan ik dat niet meer doen, dus moet ik een keuze maken en ik kies niet voor school, snapt u?”
“Ja, ik snap het”, maar begin toch over zijn toekomst en doorzetten. Maar hij schudt zijn hoofd en zegt dat ik hem niet begrijp.
“Zo”, zegt hij terwijl hij midden in mijn zin opstaat. “Als u nou stopt met bemoeien of zorgen om mij te maken, dan zijn we allebei blij.” Hij groet me netjes en loopt de deur uit. “Huh?” Ik kijk hem verbouwereerd na.
Ik geloof dat onderwijs nooit zonde is van je tijd. Oké; sommige lessen zijn mega-saai en ik heb me vroeger ook vaak afgevraagd wat het nut was van geschiedenis en Duits. Hoewel ik nu wel blij ben dat ik weet dat Waterloo niet alleen een liedje van Abba is, en dat ik nu als docent vrolijk de lesstof sta te verkopen waar ik zelf vroeger glansrijk voor gezakt ben. Toch blijkt sommige kennis jaren later ineens verrassend nuttig. Maar daar heeft mijn wijsneuzerige brugklasser nu nog geen weet van.
Als ik ’s middags thuiskom ligt er een brief met foto van ons sponsorkindje: ik zie een blij ventje met een diploma in zijn handen. Hij heeft ’t begrepen. Misschien moet hij mijn brugger eens bellen.






























