
Bij de les | Sorry
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Sorry
“Sorry, ik had het niet zo bedoeld.” Ze zei het oprecht en het deed me wel goed. Een collega met een kort lontje. Het zat zo…
Het was tussen twee lessen door. De gang stond vol pubers en ik wurmde ertussendoor met stapels toetsen onder mijn arm. Onderweg twee vechtende bruggers uit elkaar halend, een verdrietige én een boze leerling te woord gestaan. Ik wilde snel een kop thee halen want ik had nog meer lessen vandaag én een vergadering. Eenmaal in de docentenkamer aangekomen verzuchtte ik lachend tegen een paar collega’s dat ik blij was als ’t half 5 was.
Eén van hen keek me aan en snauwde: “Wat kun jij mopperen zeg; zitten we echt op te wachten.”
Bam.
Twee collega’s keken meteen heel geïnteresseerd naar het koffieapparaat. Zo’n opmerking die scherp genoeg is om de rest van de dag in je hoofd te blijven rondzingen.
Het voelt in het onderwijs soms inderdaad aan het einde van de dag alsof er zestig tabbladen openstaan. Onderwijs is prachtig. Nooit saai. Soms erg druk. Maar mopperen? Nou nee.
In de pauze kwam ze me opzoeken tijdens mijn pauzesurveillance op de gang. “Sorry, ik had het niet zo bedoeld.” Ik geloofde haar meteen. Ze was zelf moe, zei ze. Soms schieten woorden eruit.
En het deed me denken aan vroeger. Aan klas zes. Ik was elf en had een nieuwe winterjas gekregen van mijn moeder. Zij vond hem prachtig. “Tijdloos”, noemde ze het. Dat bleek moedercode voor: geen kind van elf gaat dit vrijwillig dragen. Het ding had houten knopen, een soort capuchon en een beige kleur als gordijnen. Zelf genaaid.
Toen ik het schoolplein op liep, riep een jongen uit mijn klas: “Hé, is de Efteling dicht vandaag?” Binnen drie seconden lag iedereen dubbel. Vanaf dat moment was ik officieel “de boswachter”. Mijn bijnaam voor een heel schooljaar.
Het gekke is: ik weet die opmerking nog woord voor woord. Terwijl die jongen het zich niet meer herinnert.
Ook nu slingeren we opmerkingen de wereld in zonder te beseffen waar ze landen. Alleen noemen we het nu geen pesten meer, maar “een grapje” of “gewoon direct zijn”. Daarom deed haar “sorry” me meer dan die opmerking zelf. Ze besefte dat woorden soms langer blijven hangen dan degene die ze uitspreekt ooit had bedoeld. Net als die jongen van vroeger nooit heeft geweten dat zijn grap ervoor zorgde dat ik nu nog steeds huiver van beige jassen met houten knopen.






























