
Bij de les | Zaaien zonder garantie
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Bij de les | Zaaien zonder garantie
We noemen het opvoeden. Het is geen werkwoord, maar zo voelt het wel. Want hoe langer ik lesgeef en thuis aan de keukentafel zit met half afgemaakte plannen en vragen en mokkende pubers, hoe onzekerder ik word.
Ik las laatst een heel poëtische zin, en dacht “die onthoud ik”. Er stond “opvoeden lijkt op tuinieren in de wind”.
Want bij opvoeden (thuis of op school) dan zaai je iet; een opmerking, een blik, een grens. Je denkt enthousiast: “joepie; dit landt. Dit blijft hangen”. Maar pubers zijn geen vaste grond; ze zijn als ‘t weer: veranderlijk en onvoorspelbaar. Wat vandaag langs hen heen waait, kan morgen wortel schieten. Of nooit.
In de klas stel ik vragen waarvan ik hoop dat ze blijven nagalmen als ze school alweer uit zijn. Thuis hoor ik mezelf dezelfde dingen zeggen, soms zachter, of vaak ook scherper dan bedoeld. Maar hoe ik het ook zeg, je weet eigenlijk nooit of het zo het ene oor weer uitgaat.
Ik hou er wel van om wat invloed te hebben. Om wat richting te geven. Want ik wil niet alleen maar toekijken, maar daadwerkelijk iets bijdragen. Maar invloed is een glibberig begrip. Het lijkt op controle, maar het is er de bescheiden, wat hoopvollere versie van.
Soms zie ik het ineens terug. Een leerling die maanden later een zin herhaalt die ik zelf alweer vergeten was. Een knul die achteloos iets doet waarvan ik denk: hé, daar was ik bij. Dan is er toch iets blijven hangen, ergens, onzichtbaar, als een zaadje onder de grond.
Maar vaker zie ik het niet. En dat is misschien wel de kern: dat je blijft geven zonder garantie op ontvangst. Dat je spreekt zonder zeker te weten of je gehoord wordt. Dat je stuurt, terwijl je weet dat de richting uiteindelijk niet de jouwe is. En dat is soms ook helemaal goed. Maar juist als ze tobben en wat sturing nodig hebben zou het zo fijn zijn als…
Ach, zo hopen we toch allemaal dat we iets moois bijdragen aan het leven van een ander. Dat woorden hun weg vinden, ook als wij ze allang zijn kwijtgeraakt.
Dus blijf ik zaaien. In de klas, aan tafel, met veel vragen, wat sturen en soms antwoorden. Niet omdat ik zeker weet dat het groeit, maar omdat niets planten altijd minder oplevert.






























