
Bij de les | Te vroeg groot
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Te vroeg groot
Dit jaar zit er een Sophie in mijn klas. Laat ik haar maar even zo noemen.
Sophie woont samen met haar moeder. Haar moeder is alcoholist.
Waar andere leerlingen na school thuiskomen en het eten al op tafel staat, vindt Sophie haar moeder meestal op de bank. De ene keer nog aanspreekbaar, de andere keer al laveloos.
Sophie is opgehouden met hopen dat er iets in de koelkast ligt. Haar routine ziet er anders uit dan die van haar klasgenoten. Waar zij op de bank ploffen met hun mobiel en een kop thee, drinkt Sophie snel een glas sap en loopt naar de supermarkt.
Ze kan best lekker koken voor een meisje van veertien.
“Eerst deed ik alleen makkelijke dingen”, zegt ze. “Pizza of iets uit de magnetron. Maar nu maak ik ook macaroni. Of nasi. Of gebakken aardappels. Vaak met een kipschnitzel, want die zijn het lekkerst. En ik kies gewoon wat ik zelf lekker vind.”
Als het eten klaar is, maakt ze haar moeder wakker. Tot ze rechtop zit. En dan eten ze samen. Daarna kletsen ze wat. Sophie ruimt op, zet de vaatwasser aan en soms ook de was.
Als haar moeder het volgende glas inschenkt, is het voor Sophie tijd voor huiswerk. Of voor voetbal, want dat doet ze graag.
Ze voedt zichzelf op. Maar dat vertelt ze liever niet verder. Want dan “komen er mensen die zeggen dat ze het huis uit moet”.
Haar moeder houdt zielsveel van haar. Dat weet Sophie zeker. Ze is verslaafd. Maar het is wel haar moeder. Vader is niet in beeld.
Voor alle leerlingen gelden dezelfde schoolregels. Bij Sophie laat ik die soms wat vieren. Bij een onvoldoende krijgt ze vaker een tweede kans. En het liefst geef ik haar een knuffel als ik haar tegenkom op de gang.
Tijdens het voortgangsgesprek vertelde ze dat ze graag naar school gaat. Ze kwam alleen. Ze zei dat haar moeder in de file stond. Later kwam haar hele verhaal.
Ze werd toen geen leerling meer voor mij, maar een kind. “Hou wat afstand”, zei een van mijn opleiders ooit. Dat bleek zo vaak een niet-haalbare opdracht.
Samen met Sophie en Jeugdzorg zoeken we nu naar hulp en leefbaarheid.
“Alleen als u me belooft dat ik niet thuis weg hoef.” Dat zinnetje staat dikgedrukt in haar dossier.
Ik kan haar thuissituatie niet oplossen. Maar ik kan wel zorgen dat ze op school even veertien mag zijn. Dapper kind.































