
Bij de les | Heel veel bloed
· leestijd 1 minuut AlgemeenWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Heel veel bloed
We zijn met een groep leerlingen een dag weg. De bus brengt ons naar een plek in het bos waar een bioloog ons gaat rondleiden. Opeens hoor ik “mevrouw, kom eens snel!”
Een meisje zit op de grond, gestruikeld, hand voor haar gezicht. Bloed sijpelt tussen haar vingers door. Jak. Ik ben niet zo’n held, maar doe heel koelbloedig. “Kom maar meid, laat eens kijken.” Uit een grote jaap in haar kin stroomt bloed. Ik heb een EHBO-koffer in mijn tas, dus een gaasje tegen het bloeden kan ik er wel op drukken. Maar al snel is het gaasje doorweekt.
Mijn collega en ik besluiten dat ze naar een dokter moet. “Ga jij maar mee, dan blijf ik bij de groep.”
De bus is al weg, dus ik bel een taxi.
Inmiddels ben ik door mijn gaasjes heen. De taxichauffeur die arriveert kijkt bedenkelijk naar haar rode shirt, maar ik duw haar snel met haar witte gezichtje op de achterbank, en plof er zelf wat bibberig naast.
“Naar een huisarts graag”, zeg ik. De chauffeur weet er een en vertelt dat zijn dochter ook een snee in haar kin had. Dat de verdoving echt pijn doet. Wel vier spuiten. En dat je het litteken met al die hechtingen altijd blijft zien. Hij kijkt in zijn spiegel: “zonde van zo’n mooi meisje”.
Ik probeer haar ouders weer te bellen. Geen gehoor. Ik wil overleggen. Dat ze meebeslissen voordat ik verantwoordelijk ben voor een verminking van hun mooie dochter.
“Valt mee hoor”, stel ik haar gerust, maar geloof mezelf niet zo. “Die spuiten doen echt niet zo’n pijn. En die dokters van tegenwoordig maken het vast heel mooi.”
Eenmaal bij de dokter verschijnt er een leuke jonge vrouw. Ze spoelt de wond schoon, pulkt er wat viezigheid uit, en pakt de lijm. “Hou haar hoofd even vast”, sommeert ze, en dan plakt ze de snee dicht. Vier pleistertjes erop. “Klaar.”
Niks prikken en hechten. Niks mega-litteken. Gewoon een diepe snee. Herinnering aan een dagje uit.
We zuchten tegelijk opgelucht en nemen een taxi naar de groep die inmiddels in een restaurant zit. En dan gaat m’n telefoon. Haar moeder. “Had u gebeld?”, vraagt ze me. “Ja, uw dochter heeft een snee in naar kin, maar ze is keurig geplakt. Nee, zie je bijna niks van. Ja, graag gedaan. Nee hoor, gebeurt wel vaker, ik vond het helemaal niet erg, viel reuze mee. Tot over twee uur.”
Of ik wat wil drinken. Ja, een kop koffie. Een hele sterke.






























