
Bij de les | Met sokken aan in de beugels
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Met sokken aan in de beugels
“Kleed u zich van onderen maar even helemaal uit, uw sokken kunt u aanhouden hoor, en doe uw benen maar in de beugels, de dokter komt er dan zo aan”, zegt de verpleegkundige, tenminste ik denk dat ze dat is. Gordijntje dicht. Weg is ze.
Ik hang mijn kleren netjes aan een haakje, ga liggen, hijs mijn benen in de stellages en wacht. Na een minuut of vijf voel ik vernedering over me komen. Lig ik daar. Koud. Nog eens vijf minuten later word ik boos. Ik wurm mijn benen uit het ding. Trek mijn vest van het haakje en pak mijn telefoon, iets om de volgende tien minuten de tijd mee te doden.
Dan komt de gynaecoloog binnen: “Oh, u mocht al wel klaar gaan liggen hoor, dan gaat het allemaal wat sneller.” Ik wikkel mijn vest af, hou wijselijk mijn mond, stop mijn telefoon terug in mijn tas en ga liggen. Hij bestudeert zijn werkgebied. De man die ik net één minuut ken duwt vakkundig de eendenbek in me. “Alles ziet er keurig uit”. Ik krijg nog net geen sticker. Twee hapjes eruit. Auw. “Nou, dat is fijn en het is alweer klaar”. Een routineklusje.
Maar het zijn niet de twee hapjes waar ik last van heb. Wondjes helen wel. Het is de nasmaak. Vergeten achter een gordijntje in een koud toneelstukje met rubberen handschoenen en een metalen eendenbek.
Ik heb drie kinderen, ik weet hoe het gaat. Maar dat maakt het niet minder stom. Zo liggen in die beugels is altijd vernederend. En als ík dat al zo voel: hoe moet dat zijn voor een meisje bij haar eerste onderzoek? Of voor iemand met littekens, die weet hoe machteloos je kunt zijn als een ander beslist over je lichaam. Een dekentje had geholpen. Of gewoon dat hij me even in mijn ogen keek, in plaats van alleen daar.
Hopla, kleren aan en gaan. Over een uur start mijn les. Op school plof ik aan tafel even neer bij collega’s. Eén van hen moppert over de tandarts, dat hij een half uur met open mond had gelegen. Hoe erg hij dat vond.
Ik schiet in de lach. “Wees blij dat je geen vrouw bent”, zeg ik. “Wij liggen elk jaar met open benen in de beugels. Zonder verdoving.”
Waarop mijn buurvrouw het uitproest. “Haha! Ja, dat is tandarts plus, maar dan met uitzicht.”































