Afbeelding
Foto: Eigen foto

Paul van den Berg ging al diverse malen met hulpgoederen naar Oekraïne: ‘Riskant maar hard nodig’

· leestijd 2 minuten Algemeen

ZEEWOLDE – De oorlog in Oekraïne is nog lang niet voorbij. Woorden schieten regelmatig tekort bij het zien van de vreselijke beelden. Hoe kun je helpen? De één stort misschien geld, de ander vangt mensen op. Zeewoldenaar Paul van den Berg reed al tien keer met zijn oranje bestelbus naar Oekraïne om daar alle mogelijke hulpgoederen te brengen. Binnenkort gaat hij weer. 

Begin maart ging Paul van den Berg (55) als een soort vriendendienst mee naar Oekraïne om er aggregaten en een auto af te leveren. Dat greep hem erg aan. “Ik zag welke nood er was. Ik kon toen echt niet meer thuis op de bank gaan zitten en net doen of er niets aan de hand was.” 

Kwestie van lospraten

Paul kwam vervolgens in contact met een Poolse dominee, die zich over 43 weeskinderen had ontfermd. “Iedereen zegde hem van alles toe, maar niemand die kwam helpen. Ik zei dat ik ook niks kon beloven, maar wel een bus kon proberen te regelen.” Paul gaf vervolgens niet slechts de spreekwoordelijke vinger, hij gaf uit eigen beweging zijn hele hand. Hij ging op weg met zijn Iveco Daily en startte via zijn netwerken in Nederland en kanalen in Oost-Europa transporten met hulpgoederen naar en door Oekraïne. Daarbij kon het gaan om eten, drinken, medicijnen, shampoo, zeep, tandpasta, waspoeder, schoenen, kleding en alles waar maar behoefte aan was. “Iemand als Gabriella van Dijk van het inzamelpunt Hermelijnhof bleek onbetaalbaar voor mij. Heel vaak werd het bij andere instanties een kwestie van lospraten. Bij een groothandel die nog spullen had staan bijvoorbeeld of bij instellingen waar je anders niet zomaar binnenkomt. Maar het kon ook bij boeren en particulieren. Laatst heb ik via de stichting van Bert van Panhuis nog een hele lading ziekenhuisbedden weggebracht.” Een rit naar het verste gedeelte in Oekraïne is vanaf Zeewolde ruim 2.500 km. En dat met de hoge brandstofprijzen van dit moment… Paul gaat mede hierom het liefst zo efficiënt mogelijk te werk. “Voor zo’n heen- of terugreis verbruik ik al gauw voor een paar duizend euro aan diesel. Voeg daarbij dat je bij de Oekraïense grens gemiddeld zo een paar uur moet wachten voor je verder kunt. Dat is niet handig, ik wil niet steeds heen en weer hoeven te rijden. In het land zelf vind ik dat minder erg, zolang de hulpgoederen daar maar terechtkomen waar ze het meest nodig zijn.” 

Helend

Paul is alleengaand en heeft momenteel ook geen vaste baan, twee factoren die meespelen om zijn humanitaire, maar eveneens riskante werk te kunnen doen. “Ooit zat ik in de persoonsbeveiliging. Ik liep echter een posttraumatische stressstoornis op. Ik ben daar heel lang mee aan het stoeien geweest, maar kwam bij geen enkele therapeut ook maar een meter verder. Sinds ik hiermee bezig ben, maak ik opeens stappen. Het leven is nog steeds geen feest en er blijven moeilijke momenten, maar dit werk heeft voor het eerst iets helends voor mij.” Als hij na weer een reis thuiskomt is hij ‘kneitermoe’ en moet hij zelf even ‘bijtanken’, Paul weet van geen opgeven. “Het geeft zo’n voldoening als ik zie wat onze hulp met de mensen in Oekraïne doet! Zelf ben ik maar een puzzelstukje, met z’n allen zijn we de grote puzzel en we zijn allemaal nodig.”

Winter in aantocht

Paul rijdt met zijn hulpgoederen regelmatig naar gebieden in Oekraïne waar andere vervoerders niet durven te komen. Hij is in Kiev geweest, maar ook in Charkov en steden als Izium en Bachmut, waar nu zo gevochten wordt. “Het zou niet eerlijk zijn als ik zou zeggen nooit bang te zijn”, draait hij er niet omheen. “Ik ben echt wel op plekken geweest waar je de kogels hoort vliegen en granaten in hoort slaan. Het zijn heus geen gezellige gebieden om doorheen te rijden, maar het is gewoon nodig. Ik heb altijd een scherfwerend vest aan. En gelukkig heb ik mijn geloof, dat geeft me veel kracht en steun.” Het eind van de oorlog is nog lang niet in zicht. Paul is wat dit betreft ook beslist niet hoopvol. “Het gaat heel moeilijk worden, zeker nu de winter er aankomt. Overal liggen gaten in de wegen, omdat er bijvoorbeeld mortieren zijn ingeslagen. Door de sneeuw zie je die gaten niet en daardoor wordt het gevaarlijk rijden. Snel heen en weer rijden zal er niet meer bij zijn. Misschien moet ik me wat meer focussen op weeshuizen of weduwen die ik ken.” Paul heeft intussen een nieuwe bus met oplegger kunnen regelen. “Hij moet alleen nog door de keuring heen, daarna ga ik zo snel mogelijk weer rijden.” 

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.