
Cupjes
· leestijd 1 minuut Bij de lesWe hebben een duurzaamheidsmarkt op school. Project van vierdeklassers. De aula is gevuld met allerlei producten om leerlingen te wijzen op manieren van duurzamer leven.
Ik loop met een paar meiden uit mijn klas langs de kraampjes met leuke en slimme producten.
Een enorme auto trekt de aandacht. Elektrisch met nieuwe snufjes. De meiden zijn onder de indruk. Maar meer van de aantrekkelijke chauffeur met dito zoon denk ik, dan van de bolide zelf.
Verderop laat iemand zien hoe je van gerecycled plastic nieuwe dingen maakt. “Oh, daarom moet ik van m’n moeder alles in die oranje bak doen”, zegt één van de meiden, net of ze dit voor ‘t eerst hoort.
De navulbare parfumflesjes vinden ze wel handig maar erg saai want “die verpakking is juist zo leuk”.
Dan komen we bij een tafel waar een collega achter staat. Haar tafel staat vol met cupjes. Menstruatiecupjes om precies te zijn. Ze vraagt eerst aan mij of ik ze ook gebruik. Ik vind het heel ongemakkelijk om dit met een stel pubers naast me eens gezellig te bespreken. Maar één van de meiden redt me eruit door aan mijn collega te vragen wat het precies is.
“Nou”, legt ze uit, “heel handig zoiets, want je kunt dit hergebruiken en geeft veel minder afval dan al dat maandverband en tampons, je brengt het cupje in en leegt het dan.” Ze gaat nog even door en vertelt wat zij handig vindt en hoe zij het gebruikt.
De ongemakkelijk-kijkende- gezichten van de meiden had ik op de foto moeten zetten. Ze druipen af zodra het kan. En ik ook. We gaan terug naar ons lokaal. “Jak”, zegt één van de meiden, “als ik haar vanaf nu naar de wc zie gaan kan ik alleen maar denken hoe zij haar cupje leegt.” Ze schieten in de lach.
“Jemig”, giebelt een ander, “wat een geklooi, zo’n ding, ik heb al moeite met een tampon.” Nu liggen ze helemaal slap van ‘t lachen.
Eén gaat er gierend verder: “En die jongens gaan lekker in een snelle auto duurzaam lopen doen, en wij maar prutsen met die cupjes. ‘T is weer lekker verdeeld.”
Eenmaal in het lokaal vraagt een collega hoe we het vonden. “Nou, meneer”, reageert er één, “we denken dat duurzaamheid voorlopig een mannendingetje is.”
Hij kijkt me vragend aan. “Tja”, zeg ik, “da’s een heel verhaal.”































