
Echtpaar Schouwenburg – Van Dorp 50 jaar getrouwd
· leestijd 1 minuut GemeenteZEEWOLDE — Het was donderdag 3 oktober precies een halve eeuw geleden dat Theo Schouwenburg en Ria Schouwenburg – van Dorp elkaar het jawoord gaven. Locoburgemeester en wethouder Helmut Hermans kwam het paar die dag namens het gemeentebestuur hartelijk gelukwensen, en bracht een feestelijk boeket bloemen mee.
Het werd een hartelijk weerzien, want wethouder Hermans en het echtpaar Schouwenburg kennen elkaar al heel wat jaren. “Dat kwam zo”, vertelt Theo, “ik had ooit samen met een mede-loopliefhebber het plan opgevat een ‘Halve marathon van Zeewolde’ te organiseren. Toen Helmut daar lucht van kreeg pakte hij de telefoon en kwam melden dat hij heel veel ervaring had opgedaan met het organiseren van een triatlon, in Almere, en best wilde helpen. Dat was het eerste contact, en dat is al die tijd gebleven, nu al weer zo’n twintig jaar.” Het is duidelijk: de hele familie Schouwenburg is sportfanaat in hart en nieren.
Theo en Ria zijn geboren Schiedammers. “We kwam elkaar tegen in de disco!”, grijnst Theo. “Oh ja”, herinnert Ria zich, “in De Boerderij. Het was dus ook echt een boerderij…” En Theo gaat verder: “We waren jong, ik 21, zij 17. Ze moest nog Mulo-examen doen! Maar het contact bleef, en we wilden wel samenwonen. Maar ja, in die tijd moest je getrouwd zijn, anders kwam je daarvoor niet in aanmerking. Dus zijn we jong getrouwd.” Het gezin Schouwenburg woonde tot 1977 in Schiedam, waarna het Dordrecht werd. “Daar hebben we 16 jaar gewoond, en toen kwam zeg maar een breekpunt. Ik trad als verkoper in dienst bij Brinkers Margarinefabrieken. Die zat in Zoetermeer, en was van plan flink te gaan uitbreiden: een nieuwe fabriek in Zeewolde. Zo kwamen wij dus hier terecht. Nooit spijt van gehad!”
Ria en Theo hebben drie, “Bijna vier!”, kleinkinderen en twee bonuskleinkinderen. “Ze sporten ook allemaal!”, laat Theo weten, en zo komt het gesprek toch weer op dat onderwerp. “Ja, we lopen zeker twee, driemaal per week, en dat willen we zo lang mogelijk blijven doen. Mee daardoor zijn we nog zo goed in conditie, maar we zijn ons er tegelijk heel erg van bewust dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Om ons heen zien we ook andere dingen… Laten we er maar heel blij mee zijn!”






























