Afbeelding
Foto: Zeewolde Actueel

Stamceldonatie zorgde bij Martin Hoekstra voor ‘wedergeboorte’

· leestijd 3 minuten Algemeen Instagram

ZEEWOLDE - Martin Hoekstra heeft een zware tijd achter de rug. Begin vorig jaar kreeg de Zeewolder ondernemer te horen dat hij leukemie had. Toen de chemo’s niet aansloegen, bleek het ook nog eens te gaan om een acute variant ervan. Dankzij een geslaagde stamceldonatie op 1 juli vorig jaar kan Martin echter weer vooruitkijken. 

Voorgevoel

Klachten waren er al langer, maar aan leukemie had de plaatselijke juwelier (70) twee jaar geleden geen seconde gedacht. “Al een paar jaar had ik last van psoriasis, een soort eczeem”, begint hij zijn verhaal. “Zo tegen de feestdagen kreeg ik allerlei dikke korsten op mijn scheenbeen. Ook leek het of er op mijn linkervoet een soort van bloemetjes zaten. Heel vreemd. Toen mijn vingers in januari 2021 rare kleuren kregen, heb ik met spoed bij de dokter aan de bel getrokken. Ik had het vage voorgevoel dat het van binnenuit moest komen.” 

Op de tweede woensdag van het vorige jaar moest Martin bloedprikken, waarna hij de maandag erop de uitslag zou krijgen. “Maar op donderdagmorgen om half negen ging de telefoon al. Mijn bloedwaarden waren niet goed en ik moest nog diezelfde middag naar het ziekenhuis in Harderwijk.” Nietsvermoedend ging Martin naar het St Jansdal, al noemt hij dat achteraf naïef. “Ik had er natuurlijk veel meer over moeten nadenken. In het ziekenhuis draaiden ze er niet omheen. ‘Sorry, meneer Hoekstra, maar u heeft leukemie’. Voor chemobehandelingen werd ik doorverwezen naar het UMC in Utrecht.”

Rollercoaster

Het vervolg voelde voor Martin als ‘één grote rollercoaster’. “Eerst werden er allerlei onderzoeken gedaan. De hartcardioloog constateerde dat mijn conditie nog goed was. Ook mijn longen waren gelukkig in orde. Vaak doen ze vanaf 70 jaar niets meer, omdat de longen dan al te erg zijn aangetast en je in feite te lang had gewacht. Nu heb ik altijd veel gefietst en gewandeld, dat is misschien wel m’n geluk geweest. Ook was ik veertig jaar geleden al gestopt met roken en ach, af en toe een borreltje kan geen kwaad, zeggen ze.” Voor de chemobehandelingen werd Martin begin maart vervolgens zeven en een halve week opgenomen in het UMC. “Doktoren vertelden vooraf steeds wat er ging gebeuren, maar telkens werd erbij gezegd dat ik ook zou kunnen te komen overlijden. Johanna, mijn vrouw, was elke keer bij de gesprekken. Zij raakte af en toe de weg kwijt. ‘Hallo, ben je er nog?’, vroeg ik haar dan. We kregen echt gigantisch veel over ons heen.” Na een eerste beenmergpunctie bleek dat de chemo’s niet waren aangeslagen. Martin had geen gewone leukemie, maar acute myeloide leukemie. Hij kon wel janken. Het grijpt hem nog steeds aan. “Toen kon ik even niet meer, maar ik wílde wel door. Ik kreeg een nieuwe, zwaardere kuur en die sloeg wel aan. Er werd daarbij alleen heel veel kapotgemaakt. M’n speekselklieren werkten bijvoorbeeld niet meer, waardoor ik m’n smaak kwijtraakte. De slijm in mijn mond leek wel kauwgom. Ook het eten smaakte me niet meer, maar dat deed het toch al niet in het ziekenhuis.”

Onvergetelijke rit

Na enkele nieuwe chemokuren en beenmergpuncties (voor het kapot maken van het beenmerg werd zelfs konijneneiwit gebruikt), brak 1 juli vorig jaar voor Martin de grote dag van de stamceldonatie aan. “Het was heel gek, het waren gewoon een aantal zakjes met bloed. Ik heb het dus van een donor gekregen. Zoiets gaat anoniem, de doktoren willen niet dat er contact door ontstaat. Ik heb later gevraagd of ik mijn donor mocht bedanken. Dat mocht, alleen zonder verdere gegevens als naam of geboortejaar en zelfs geen molen of tulp in de brief, want dat zou een verwijzing naar Nederland kunnen zijn. Ik moest de brief afgeven, maar kreeg zowaar antwoord. Wel waren er enkele gedeeltes in de retourbrief wit gemaakt. Ik weet alleen dat het een jonge knaap van ergens uit Europa moet zijn, die aan sport doet.” Voor het op gang brengen van de ontlasting kreeg Martin ondertussen een klysma (‘ook geen geintje’) en een katheter, terwijl hij ook zijn overige lichamelijke conditie langzaam weer moest opbouwen. “Ik kwam in een rolstoel terecht en zo mocht ik naar huis. M’n dochter heeft me opgehaald. Ik zal niet zeggen dat het de mooiste rit uit m’n leven was, maar het was er wel een om nooit te vergeten. Na zoveel weken ziekenhuis mocht ik eindelijk naar huis. Het zonnetje scheen en ik had helemaal het gevoel of het voor mij scheen. Ik moest verder nog met alles worden geholpen, maar ik kon wel weer vooruítkijken.” 

Kindervaccinaties

We zijn intussen ruim een jaar verder. Het gaat ‘top’ met Martin. “M’n bloedwaarden zijn 98,99 procent. Daarmee zit ik hartstikke goed, niemand heeft 100 procent. Ze vroegen bij de laatste controle in het ziekenhuis nog net niet wat ik er deed, ik hoefde alleen maar een volgende afspraak te maken. Ik moet het natuurlijk afkloppen, voorlopig gaat het gewoon heel goed met me.” Waar anderen op tijd hun coronabooster moesten halen, kreeg Martin afgelopen jaar alle kindervaccinaties nog een keer. “Die zaten nog in het oude beenmerg en waren allemaal weg. Ik krijg ze nu met drie tegelijk terug. Alleen de nieuwe voor pneumokokken moet ik nog halen.” Voortaan viert Martin 1 juli, de dag van de geslaagde stamceldonatie, als extra verjaardag. “Ze noemen het ook wel de dag van je wedergeboorte. Zo voelt het ook. Ik mag dan een oude knar van 70 zijn, ik ben dankbaar dat ik er nog ben. Was er niks met me gedaan, dan had ik allang tussen zes plankjes gelegen.”

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.