
Goud
· leestijd 1 minuut Bij de lesIk zat wat uit te puffen achter een oud kerkje in de Achterhoek. Heel oneerbiedig was ik neergeploft op de grafsteen van ene meneer Schoonbeek. Ontsnapt aan een langdradig verhaal over bouwstijlen van een medecollega.
We zijn op excursie. Drie dagen, twee nachtjes van huis. Sommigen zijn zeilen in Friesland, anderen wandelen in Limburg, struinen langs de kust of op verkenning in Rotterdam. Wij zitten dus in de Achterhoek.
Het zijn best intensieve dagen voor een docent; je staat zo ongeveer dag en nacht aan, met een minimum aan slaap.
“Lekker veel overuren”, zei een vriendin die in het bedrijfsleven werkt. Zij ziet inderdaad haar overuren in cash staan na een congresweek. Ze had nooit begrepen dat je in het onderwijs niet vanwege ‘t geld met een bus vol op pad gaat. En om twee uur ‘s nachts de jongens van de meisjesslaapzaal plukt. Dat je heel wat extra werkt en er niet rijker van wordt.
En toch levert het je wat op. Dat merkte ik terwijl ik me schuilhield op die grafsteen.
“Heel ongepast, mevrouw, om op een overledene te zitten”, zegt een strenge stem. Ik schrik op. Een leerling, ook ontsnapt aan de slaapverwekkende uitleg van meneer W, staat grinnikend achter me. Ik voel me betrapt. We schieten samen in de lach.
En daar, in de middagzon, geleund tegen meneer Schoonbeek, ging ons gesprek de diepte in. Ik had alle tijd. De knul heeft z’n hart gelucht. Een verhaal om nooit te vergeten.
Dat onuitwisbare plaatje is er één. En daarna volgden meer van die kostbare momenten. Momenten die zich in een jachtig schoolleven niet snel voordoen.
Maar wel tijdens zo’n excursie, met tijd in overvloed.
Vet onderbetaald, maar meer dan goud waard.



























