
Appeltaart
· leestijd 1 minuut Bij de lesEen blonde meid met knalgeel shirt staat voor m’n bureau. Ze wappert met haar toetsblaadje. Ze heeft een 9,3 nodig om gemiddeld nog een 5 te staan. Maar bovenaan haar vol gekliederde blaadje staat een 2,7. Helaas.
Ik kijk op haar cijferoverzicht in magister en zie dat haar gemiddelde voor mijn vak een 4,4 is. Dat wordt afgerond naar een 4 op haar rapport.
“Mag ik ‘m overmaken mevrouw?”, vraagt ze.
“Waarom haal je dit cijfer?”, vraag ik haar. Ze haalt haar schouders op en zegt lachend: “Tja, niet echt geleerd.”
Ze heeft wel lef. Niet leren, het hele jaar dikke onvoldoendes halen en dan van mij verwachten dat ik een nieuwe toets maak.
Een 2,7 is wel heel laag. Mijn toetsen gaan niet om snappen, maar om leren. Dikke onvoldoendes komen zelden voor.
“Nee meid, overdoen is geen optie.”
“Als ik nou een lekkere appeltaart bak, dan maakt u van mijn gemiddelde 4,4 een 4,5. Dan sta ik afgerond een 5 op mijn rapport”, zegt ze smekend.
Aha, het gaat dus om het cijfer op haar eindrapport. Ze wil natuurlijk over.
Ze druipt teleurgesteld af en gaat zitten.
In de pauze check ik haar cijfers van de andere vakken. En zie dat ze met de 4 voor mijn vak op haar rapport sowieso blijft zitten. Met een 5 heeft ze nog een kans op de discussieronde.
‘s Avonds thuis vertel ik manlief over de appeltaart en de 2,7. Net als ik uitverteld ben gaat de telefoon. Tot mijn stomme verbazing krijg ik de vader van mijn topscoorder van vandaag aan de lijn. Hij is boos over de 2,7 en vindt dat ik het niet goed uitleg en beter onderwijs moet geven. Hij vindt dat zijn dochter recht heeft op een herkansing.
Na vijf minuten vol boos gepraat is het gesprek klaar. Pff.
“Voortaan toch maar ja zeggen tegen die appeltaart”, knipoogt mijn man, “scheelt een hoop gezeur.”































