
Bij de les | Telefoongedoe
· leestijd 1 minuut AlgemeenWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde. #bijdeles #zeewolde
Een leerling gaf me een ansichtkaart met een oude Franse telefooncel erop. Ik vertelde haar dat bellen in het buitenland een avontuur was. Eerst moest je muntjes verzamelen. Precies de juiste. Vervolgens liep je in de bloedhitte drie kwartier naar de dichtstbijzijnde telefooncel, waar uiteraard al een rij van zes andere Nederlanders stond.
Daar stond je dan. Wachtend in de zon. Hopend dat in deze cel niet net gisteravond iemand had geplast. En als je eindelijk aan de beurt was, begon het grote gokken.
Zouden m’n ouders wel thuis zijn? Ze hadden één telefoon. Thuis. In de gang. Naast het telefoonboek en het tafeltje met een gehaakt kleedje. Hoe handig was trouwens dat telefoonboek met gewoon alle namen mét telefoonnummers én adressen. Privacywet? Nooit van gehoord.
Dan draaide je het nummer. Overgaan. Nog een keer. Nog een keer. En ondertussen hoorde je de muntjes langzaam verdwijnen alsof iemand je vakantiebudget door een papierversnipperaar haalde. Want ook overgaan alleen kostte al geld.
Niemand nam op. Misschien waren ze boodschappen doen. Misschien zaten ze in de tuin. Misschien stond de stofzuiger aan. Resultaat: een eind lopen, een half uur wachten en een handvol muntjes kwijt voor een gesprek met helemaal niemand.
Maar áls je dan iemand aan de lijn kreeg was het feest. Mijn moeder gilde om mijn vader dat ie snel moest komen luisteren. Hoogtepuntje van de week. Geen Polarsteps waarbij je niks meer hoeft te vertellen. Maar één brok enthousiasme.
Tegenwoordig bellen we terwijl we van alles doen. We rijden auto, koken pasta, hangen was op, pakken de vaatwasser uit, wandelen met de hond, bestellen online een nieuwe stofzuiger en beantwoorden tussendoor nog drie berichten. Elke dag en soms wel vaker. Soms hoor je tijdens een telefoongesprek zelfs duidelijk dat iemand ondertussen zijn complete schuur aan het opruimen is. "Ben je druk?" "Nee hoor." Waarna er op de achtergrond iets met veel gerinkel omvalt.
Vroeger had de telefoon een snoer. Van hooguit anderhalve meter. Je zat dus gewoon. Rustig. Op een stoel. Te bellen. Dat was het.
Natuurlijk is de telefoon van nu oneindig handiger. Ik zou voor geen goud terug willen naar het internationale muntjescircus van vroeger. Maar toch had die echte aandacht wel wat. Die vakantie-belletjes waren een echte gebeurtenis.
We hadden we toen soms geen verbinding, maar wel een goed verhaal.
.
John van Weeghel






























