
Een engel
· leestijd 1 minuut Bij de les‘k Had wat zitten zoeken op internet. Naar ‘teambuilding’, ‘samenwerking’, ‘plezier in de klas’.
Ik wil in mijn klas namelijk graag meer interactie. Hoe afgezaagd het woord ‘teambuilding’ ook is, ik geloof er wel in. Voor een betere sfeer in je groep, voor betere prestaties, voor veiligheid en plezier.
En omdat mijn havo 4 klas nog wat los zand is, dacht ik ‘hup, aan de bak’. Ik koos, om te beginnen, voor het engelen-spel. Simpel. Je krijgt een lootje met de naam van een klasgenoot en gedurende twee weken schenk je wat extra aandacht aan diegene. Een briefje, een klein cadeautje, een chocolaatje, een compliment, iets opruimen voor die ander. Maar; je lootje mag niet weten dat jij het bent.
“Door goed op elkaar te letten, wat de ander leuk vindt, niet gericht op ontvangen maar op geven, kan de sfeer in de klas veranderen, en verschijnen er leuke verrassingen”, lees ik.
Nou, daar gaan we voor.
Ik maak lootjes, leg het uit en de klas reageert leuk. We spreken twee weken af, en daarna zullen we in de les vertellen of we weten wie je engel was.
Twee weken later is het moment daar. “Eerst een rondje dat iedereen verteld wat ie ontvangen heeft”, zeg ik, “en daarna een rondje dat je zelf verteld wie je had getrokken en wat je voor diegene hebt gedaan.”
Nummer 1 had een reep chocola in haar tas gevonden. Nummer twee ook iets lekkers. Nummer 3 had niks gemerkt. Nummer 4 tot en met 12 ook niks. Daarna nog 5 leerlingen met een verrassing op hun tafel of in hun tas. Maar de rest niks. Ik ben even in de war. “Misschien is het wel geprobeerd, maar niet opgevallen”, denk ik nog.
Nu het rondje ‘wat heb jij voor de ander gedaan’. Ik ben benieuwd.
Nummer 1 zegt doodleuk: “ik heb niks gedaan”. Nummer 2: “Geen idee wat ik moest doen”. En daarna: “Niet zoveel zin in”, “Geen tijd voor gehad”. Van de hele klas bleken er maar zeven leerlingen die iets voor de ander hadden bedacht.
Ik begin van binnen langzaam aan te koken. In veertien dagen tijd geen één moment gevonden om iets aardigs voor de ander te doen? En zelf wel een zakje chocolade muntjes opstrijken?
Ze zien wel aan me dat ik het heel teleurstellend vind.
“Ik ken diegene helemaal niet mevrouw, dus tja, wat moet ik dan doen.” Dat was nou net de clou van het hele spel.
“En mijn moeder vond het ook een stom spel”, doet een ander een duit in het zakje. Tuurlijk, moeder support even lekker positief mee vanaf de zijlijn.
Ik ben er klaar mee. En voel me alles behalve engel-achtig op dit moment, en zeg kortaf dat we verder gaan met de les, die, zo blijkt, ook meer dan de helft van de klas niet heeft voorbereid.
Ik denk... dat het tijd is voor herfstvakantie.































