
De griep
· leestijd 1 minuut Bij de lesIk heb zes ziektemeldingen deze les. En zo te zien blijft het de komende dagen niet bij deze zes want ik zie een hoop witte bekkies. Hoe kan het, met dat mooie weer, en zo vlak na de vakantie.
Ik ben zelf ook niet fit, maar m’n moeder leerde me: “alleen met koorts ga je je bed in” en daarom sta ik braaf les te geven. En ach, verkouden zijn we allemaal wel eens.
Ik leg iets uit op het bord en vraag wie de opdracht op het bord wil afmaken. Een jongen komt naar voren en schrijft met de digi-pen de opdracht af. Als hij bijna klaar is niest hij hard in zijn hand, en overhandigd daarna de pen aan mij; die pen die net in die nieshand zat.
Jak, dat vind ik vies en veeg zo onopvallend mogelijk de pen schoon aan m’n broek en zie de griepbacteriebeestjes door ‘t lokaal vliegen.
Daarna gaan ze aan het werk op hun iPad. Ze hebben allemaal hun koptelefoon op. Het zou stil moeten zijn, maar ik hoor vooral veel sniffende neuzen, kuchende kelen en zelfs een opgehaalde rochel. Net als een struisvogel met z’n kop in t zand denkt de rochelende jongen met koptelefoon op dat niemand hem nu hoort, en haalt zijn neus nog een keer hardgrondig op.
Na een paar lessen voelt ook mijn hoofd wat sponzig en m’n keel schuurpapier.
In het snoepautomaat zitten dropjes. Ik haal twee zakken, trakteer de klas en kan zo zelf ook drop eten: dat verzacht het leed een beetje.
Het laatste uur breekt aan. Een brugklas komt binnen. “Mevrouw, u ziet helemaal rood. Bent u ziek? Ga lekker naar huis!”
Wat lief. Ik bedenk net hoe meelevend ik dit vind als ik het verkouden joch tegen z’n vriendje hoor zeggen: “Dan kunnen we lekker naar huis”. Gevalletje eigenbelang dus.
Maar ik moet ‘m wel gelijk geven: lekker thuis op de bank met een hete kop thee onder een dekentje is een stuk aantrekkelijker dan nóg een uur opletten met een kop vol snot. Dus voordat ik me kan bedenken zeg ik: “oké; ga maar”. En dát hoef ik geen twee keer te zeggen!































