
Zeewolde worstelt met zorgwoningen op Patroonsweg
· leestijd 1 minuut GemeenteZEEWOLDE – Tijdens de oordeelvormende raadsvergadering van donderdag 4 december stond opnieuw de vergunningsaanvraag voor de bouw van tien zorgappartementen aan de Patroonsweg 10 centraal. Hoewel het College van B&W de raad verzoekt op 18 december een besluit te nemen, klinkt vanuit zowel bewoners als raadsleden de roep om meer duidelijkheid.
Eind november werd een aangepaste samenwerkingsovereenkomst toegevoegd, waarin eerdere opmerkingen zijn verwerkt. Toch bleek tijdens de vergadering dat er nog veel vragen leven – met name over de praktische invulling van beschermd wonen op een bedrijventerrein en de rol en slagkracht van de huismeester die toezicht moet houden.
Inspreker Theo Bosschert, bewoner en ondernemer aan de Patroonsweg, sprak namens de ondernemers en bewoners van het Gildenveld. Hij prees de raad voor de kritische houding die volgens hem heeft geleid tot een beter proces. Toch blijft hij inhoudelijke zorgen houden. Volgens Bosschert is het dossier nog niet compleet: “De volledige motivering wordt pas in januari 2026 ter inzage gelegd. Een zorgvuldig besluit is nu niet mogelijk.” Ook maakt de groep zich zorgen over het risico dat bewoners van de zorgappartementen juist geïsoleerd raken op een bedrijventerrein in plaats van te integreren. De bewoners vragen de raad daarom de besluitvorming uit te stellen tot het dossier volledig is.
De gemeente Zeewolde heeft in regionaal verband de taak voldoende plekken voor beschermd wonen te realiseren. Het project aan de Patroonsweg kan hierin voorzien. In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd hoe de veiligheid en begeleiding geborgd moeten worden, waaronder een signalerende en bemiddelende rol voor de huismeester. Maar hoe die rol effectief kan zijn binnen een zelfstandige woonvorm, blijft onderwerp van zorg. Benadrukt is dat personen met verslavingsproblematiek of een forensische achtergrond hier niet worden gehuisvest.
Wethouder Helmut Hermans gaf aan dat het proces volgens de juiste stappen verloopt: eerst participatie, dan politieke besluitvorming, waarna een definitief ETFAL-rapport (Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties) wordt opgesteld. Dat rapport moet door de initiatiefnemer worden bekostigd. Volgens Hermans is het niet wenselijk het rapport al te laten opstellen zolang de raad nog niet achter het initiatief staat: “Als de raad nu al zegt niet verder te willen, worden onnodige kosten gemaakt.” Het College adviseert daarom wél op 18 december een besluit te nemen.
Hoewel de raad niet het bevoegd gezag is voor de uiteindelijke vergunningverlening – dat is het College – moet zij wel een oordeel geven over het initiatief. Pas daarna laat de initiatiefnemer de noodzakelijke toetsing uitvoeren. Blijkt uit het ETFAL-rapport dat de locatie ongeschikt is, dan wordt de vergunning alsnog niet verleend.
De besluitvorming over dit onderwerp in de raad staat gepland voor 18 december a.s.































