
Ds. J.W. Wüllschleger (Maranathakerk) gaat met emeritaat
· leestijd 2 minuten KerkZEEWOLDE – De christelijk-gereformeerde predikant ds. J.W. Wüllschleger gaat met emeritaat. Op vrijdagavond 30 juni wordt er in de Maranathakerk aan de Gelderseweg een speciale afscheidsdienst voor hem gehouden.
Drie gemeenten
Jan Willem Wüllschleger (66) was in totaal 40 jaar predikant. Hij begon op 1 juli 1983 in de streekgemeente Siegerswoude-De Wilp, op de grens van Friesland en Groningen. Op 11 oktober 1993 deed hij zijn intrede in het Canadese Langley (Brits-Columbia). Op 4 juli 2007 ten slotte startte hij in Zeewolde, waar hij de laatste zestien jaar van zijn predikantsleven doorbracht. Het spreekt haast voor zich dat het drie heel verschillende perioden waren. “Siegerswoude was erg landelijk en rustig en toen was Canada een enorm grote overgang”, blikt Wüllschleger terug. “Langley was van oorsprong een migrantengemeente. De oudste generatie sprak nog Nederlands, de daaropvolgende al minder en de derde helemaal niet meer. Met Zeewolde waren we terug in ons vaderland. In de tussenliggende veertien jaar was er veel gebeurd. In 2001 was nine eleven geweest en dat had wereldwijd veel verhoudingen behoorlijk op scherp gezet. Ook in Nederland was de polarisatie sterk toegenomen en deze zorgde voor grote veranderingen in de samenleving. Daarnaast was er een overgang qua cultuur. De Canadese was iets gemoedelijker, de Nederlandse over het algemeen zakelijker.” In het licht gezien van zijn ‘opdracht’ vielen de verschillen tussen de drie gemeenten voor de predikant ook weer grotendeels weg. “Wat voor mij altijd hetzelfde bleef was het Woord van God verkondigen en het Evangelie van Jezus Christus bekendmaken. De gemeente daarmee opbouwen is een proces dat elke week doorgaat. Je kunt zien dat God door de tijd heen werkt. Dat vraag om volharding, maar wordt ook beloond. En dat bedoel ik beslist niet als een prestatie van mijzelf.”
Boeiende tijd
De Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland hebben verspreid over 181 gemeenten zo’n 75.000 leden. De gemeente van Zeewolde telt rond de 175 leden. “Het is een mix van alle leeftijden”, kent Wüllschleger zijn kudde. “Met twintig leden boven de 70 jaar zijn we ook niet echt vergrijzend. Het afgelopen jaar werden er vier kinderen gedoopt. De laatste tijd komen er ook weer gezinnen bij en verder zowel oudere als jongere stellen.” De afscheidnemende predikant heeft er al met al een boeiende tijd gehad. “Maar moeilijk ook wel”, draait hij er niet omheen. “Toen ik kwam speelde er het een en ander. Ik wil het geen polarisatie noemen, er waren duidelijke verschillen van mening. Je merkte dat er bepaalde groepen waren. Gaandeweg de tijd kwamen er dingen samen en ontstond er meer homogeniteit. Ik hou er wel van mensen bij elkaar te brengen. Kijk, iedereen erbij willen houden, dat lukt niet. Het scheelde dat ik geen partij was, ik was niet verwikkeld geweest in wat er voordien was gebeurd. De gemeente werd wat kleiner, maar beslist ook hechter. Ze was als een boom die gesnoeid werd en daarna weer ging bloeien.” In het pastoraat kon Wüllschleger dicht bij mensen staan. Niet vreemd dat hij dit als eerste noemt, als hem gevraagd wordt wat hij het meest zal missen. “In de prediking klopt het hart van de gemeente. Dat vond ik eveneens heel fijn om te doen. Daarnaast wil ik de catechisatie niet vergeten, het was een boeiend proces om met jonge mensen om te gaan.”
Kleinkinderen
Wüllschleger blijft ook na zijn emeritaat ‘her en der in het land’ preken. Wel zal hij meer baas worden van zijn eigen tijd. “Drie van onze kinderen zijn in Canada getrouwd en daar blijven wonen. We hebben er acht kleinkinderen. We kunnen daar nu in het najaar wat langer heen en daar verheugen we ons op. Ook in Nederland hebben we trouwens een dochter met twee kinderen.” Gevraagd naar hoe hij wil worden herinnerd, blijft Wüllschleger bescheiden. “De mensen mogen mij vergeten, als ze het Woord van God maar blijven herinneren en dat Jezus de belangrijkste voor hen is. En natuurlijk, de Maranathagemeente heeft echt een plaats in ons hart. Ria en ik waren opgenomen in het hart van de gemeente. Over en weer was er altijd een goede band. De onderlinge liefde, ik hoop dat die zal worden herinnerd.”


































