
Oorlogssporen in Zeewolde (deel 7): Het mysterie van Lancaster W4784
· leestijd 2 minuten AlgemeenZEEWOLDE - Was Lancaster W4784 code SR-E van de RAF op 5 mei 1943 neergestort in het IJsselmeer, 1 km ten noorden van Spakenburg? De bemanning is nog steeds vermist. Al vele jaren is dit raadsel onderdeel van mijn onderzoek naar de vliegtuigcrashes in het zuidelijk deel van het IJsselmeer.
(door Cees Steijger)
Samen met experts zoals Nico Kwakman, dr. Theo Boiten en Marcel Hogenhuis van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) deed ik onderzoek naar de W4784. We stuitten op een web van tegenstrijdigheden. Met name rond de claim van Luftwaffe nachtjagerpiloot Fritz Kruse. Was zijn claim in Weeze, Duitsland, verbonden aan de W4784, of is Spakenburg een misvatting? Het onderzoek naar W4784 leverde veelbelovende aanwijzingen op, die echter werden overschaduwd door twijfels.
Waardevolle archiefstukken
Mijn zoektocht begon met een RWS-wrakkenkaart uit 1965 en 1972, waar een kruisje was geplaatst nabij de Eemhof. Was dit de W4784? Met hulp van Kwakman, een IJsselmeer-crashdeskundige uit Volendam, en historicus Boiten zocht ik naar de harde bewijzen. Bronnen zoals Wespennest Leeuwarden (Ab Jansen) melden een crash om 00:10 uur bij Spakenburg, maar helaas zonder bron, en de tijd wijst eerder naar Texel of Vlieland, waar Flak actief was. Meldingen van S. L. Veenstra in In de schaduw van de Glorie en het Flevolands Archief voegen slechts verwarring toe, onder andere met locaties die niet kloppen. Gegevens worden eenvoudig en zonder verificatie overgenomen waarna ze een eigen leven gaan leiden. Kwakman leverde waardevolle archiefstukken, waaronder een brief uit 1971 over aangetroffen benzinetanks en een oliekoeler vlak achter de dijk op kavel OZ 34 aan de Slingerweg. De brief ging over een vondst uit 1969.
In Boiten’s omvangrijke Nachtjagd Combat Archive staat dat Kruse op 5 mei 1943 om 01:10 uur een Halifax neerschoot in “IJsselmeer, N. Spakenburg (A5), 5900m” en dit koppelde Boiten aan de W4784. Je zou kunnen concluderen dat Kruse zich had vergist en zijn slachtoffer in werkelijkheid een Lancaster betrof. Maar de primaire bronnen die door Marcel Hogenhuis werden aangeleverd van deze claim lieten weinig ruimte voor speculatie. De Luftwaffe claimlijsten en het rapport van het XII. Fliegerkorps (RL 8/90) spreken tegen dat Kruse boven het IJsselmeer een Britse bommenwerper neerhaalde. De rapporten melden immers dat Kruse een Halifax neerhaalde bij Weeze in plan kwadraat PQ.6235 in Duitsland. Bovendien werd hij begeleid door radarpeilstation 19./Ln.-Regiment 211 in NJ-Raum 5A bij Kranenburg, dichtbij Venlo. Dit ligt ver van Spakenburg, en het betrof toch echt een Halifax, geen Lancaster.
Bovendien klopt het tijdstip niet. Deze discrepanties zijn cruciaal. De W4784, van 101 Squadron, vertrok om 22:05 uur RAF Holme-on-Spalding Moor voor een bombardement op Dortmund (dat plaatsvond tussen 00:57-01:57 uur). Om 01:10 uur waren er geen bommenwerpers op de retourroute noord van Spakenburg.
Meer hiaten
Mijn onderzoek onthult meer hiaten. Geen Wehrmacht-rapporten of luchtwachtberichten bevestigen een crash bij Spakenburg. Het water, slechts 1,5 meter diep, zou een wrak zichtbaar hebben gemaakt voor de Duitsers, die wrakken borgen voor de kostbare materialen. Toch vond ik geen bewijs van berging. Ook zijn er geen lichamen gevonden. Na jaren onderzoek concludeer ik, met hulp van Kwakman, Boiten en Hogenhuis, dat de Spakenburg-claim van Kruse niet klopt. Kruse’s Halifax-claim bij Weeze past niet bij de W4784, die waarschijnlijk elders neerkwam, mogelijk in de Waddenzee. Boiten, die onderzoek van onschatbare waarde naar de Duitse Nachtjagd heeft verricht, concludeert nu ook dat hij de Spakenburg-koppeling te snel heeft gemaakt.
Fascinerend voorbeeld
Dit onderzoek, dat historische vraagstukken stap-voor-stap ontrafelt, blijft een fascinerend voorbeeld van hoe enkele onderdelen aangetroffen in de klei een kruisje op een wrakkenkaart opleveren. En vervolgens de geschiedschrijving een loopje neemt met wat er zich meer dan tachtig jaar geleden in dit deel van het IJsselmeer afspeelde.
En die benzinetanks en oliekoeler dan? In mijn archief trof ik een rapport aan van bergingsofficier Gerrit Zwanenburg aan. Over de vondst bij de Eemhof meldde hij: “kleine, losse stukken aangetroffen, vermoedelijk van elders in het IJsselmeer overboord gezet door vissers uit Spakenburg.” Rest de vraag: wat was het lot W4784 en de 7-koppige bemanning dan wél?
























