
80 jaar vrijheid (deel 21): “In Zwolle heb ik maar verteld dat ik een verstekeling was”
· leestijd 2 minuten 80 jaar vrijheid InstagramZEEWOLDE - Dit jaar is het 80 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Dorpsgenoten halen herinneringen op. Deel 21 (slot): Wim van Kasteel (1931).
(door Mannes Schoppink)
Rotterdammer Jan Willem (Wim) van Kasteel werd geboren op 10 december 1931 en was het derde kind van timmerman/aannemer Cornelus van Kasteel (1896-1977) en Johanna Wilhelmina Neeleman (1904-1969). Broer Henk was vier jaar ouder, zus Ans twee en broertje Cees acht jaar jonger. Wim herinnert zich het ouderlijk gezin als ‘heel liefdevol’. “Vader keek streng uit zijn ogen, maar je moest hem leren kennen en dan was het een heel lieve man. Mijn moeder was sowieso heel lief.” De familie Van Kasteel woonde aan de Rodenrijselaan in Rotterdam-Noord. “Dat was zo’n twee kilometer van het centrum van Rotterdam vandaan, dat op 14 mei 1940 werd gebombardeerd”, tekent Wim uit. “Het duurde maar een kwartier, maar het waren heel angstige momenten. De hele binnenstad stond in lichterlaaie. We zagen de rookwolken, maar bleven zelf gespaard.”
Bleekneusje
In de zomer van 1940 kregen de oudste kinderen via de (Gereformeerde) kerk de gelegenheid er ‘even uit te zijn’ bij een Nijmeegse familie. Hier verbleef Wim een paar weken. “Die mensen waren in goeden doen, want ze hadden in Katwijk nog een zomerhuisje. In de zomer van 1941 mocht ik daar zelfs mee naartoe. Geweldig vond ik dat, ik had de zee nog nooit gezien.” In de zomer van het derde oorlogsjaar ging Wim om aan te sterken naar Drenthe. “We werden bleekneusjes genoemd. Henk en Ans gingen ook, Cees was nog te jong. M’n zus en ik gingen naar boerderijen in Zwinderen, tussen Coevorden en Hoogeveen. Ik kwam er bij ontzettend lieve mensen terecht.” Voor Wim was het een openbaring het boerenleven mee te maken. “Alles ging nog met de hand. Ik hielp volop, bijvoorbeeld bij het oogsten van de rogge. Ik had het er enorm naar m’n zin. De boer had zelf drie jonge kinderen. De jongste lag nog in de kinderwagen. Als de boerin naar het land was, moest ik op de baby passen.”
Beschoten
In de zomer van ’43 en van ’44 ging Wim opnieuw. In de laatste nacht maakte hij daar een razzia mee. “Eén zoon verstopte zich in het stro en werd niet gevonden. De ander werd meegenomen en moest naar Duitsland. De boerin was zo onthand dat ze mijn zus vroeg te blijven. Dat was achteraf maar goed ook, want toen moest de Hongerwinter nog komen. De zoon is later trouwens uit Duitsland teruggekomen.” Wim moest terug naar Rotterdam, maar helemaal van harte ging dat niet. De datum 18 januari 1945 zal hij daarom niet gauw vergeten. “Ik zat op dat moment op de mulo, maar van leren kwam weinig meer terecht. Een eindje van ons huis vandaan stond een boerenwagen die naar Friesland zou gaan. Er zaten allemaal kinderen in, die mee mochten naar hun bekende families daar. En ik wilde naar Drenthe!” Wim rende naar huis en had maar weinig overtuigingskracht nodig zijn moeder duidelijk te maken dat hij ook mee wilde. “Ze pakte wat spulletjes en duwde me zó de auto in. We werden onderweg nog een paar keer beschoten door de Tommies. In Zwolle heb ik maar verteld dat ik een verstekeling was. Ik mocht gelukkig verder mee en via Hooghalen kwam ik bij mijn gastfamilie in Zwinderen. Ze wisten natuurlijk helemaal niet dat ik kwam! Er waren ook een paar onderduikers, maar ik mocht blijven. Ik kon zelfs gelijk helpen bij het aardappelschillen. Ik ben daar de rest van de oorlog gebleven en maakte de bevrijding uiteindelijk mee in Coevorden.”
Gevormd
“Ja, ik denk dat de oorlogsjaren me mede gevormd hebben”, kijkt Wim (in Zeewolde ‘de vader van Wilma’) 80 jaar terug. “Wildvreemde mensen bekommerden zich om mij! Ik werd als een eigen kind behandeld. Ze jankten toen ik er wegging. Ze begrepen niet wat ik nog in Rotterdam te zoeken had.”
![]()
- vrijheid.nl






























