
80 jaar vrijheid (deel 15): “Ik werd in een Engels amfibievaartuig gehesen”
· leestijd 2 minuten 80 jaar vrijheid InstagramDit jaar is het 80 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Dorpsgenoten halen herinneringen op. Deel 15: Johan de Muynck (1941).
(door Mannes Schoppink)
Johan de Muynck (ook wel geschreven als ‘De Muijnck’) werd geboren op zondag 7 december 1941, hetgeen historici direct zullen associëren met de datum waarop de Japanners de marinebasis Pearl Harbor in de Stille Oceaan aanvielen en daarmee de Amerikanen de Tweede Wereldoorlog in sleurden.
Johan was een ‘nakomertje’ in het drie jongens tellende gezin van Jacob Johannis de Muijnck (1903-1979) en Adriana de Zwarte (1904-1992). Vader was rijksveldwachter in het aan Middelburg grenzende Sint Laurens. “M’n broers hebben de oorlog heel bewust meegemaakt, ik was bij de bevrijding nog maar een kleuter”, verontschuldigt Johan zich haast. “Eén ding kan ik me echter nog heel goed herinneren. Walcheren was in 1944 ondergelopen en ik werd vanaf het balkon van het gemeentehuis van Sint Laurens aan een touw in zo’n Engels amfibievaartuig gehesen.” Hier zit natuurlijk een groter verhaal achter…
Evacuatie
Begin september 1944 viel de haven van Antwerpen reeds in geallieerde handen. De bezetter had het echter op de Schelde en in Zeeland nog volop voor het zeggen. Met name op Walcheren hadden de Duitsers grote bunkerstellingen met vérdragend geschut gebouwd. “De Royal Air Force besloot om het eiland onder water te zetten”, vertelt Johan over deze heftige episode uit de Zeeuwse én zijn eigen familiegeschiedenis. “Daarom werd op 3 oktober 1944 de dijk bij Westkapelle gebombardeerd. Daarbij vielen zo’n 150 slachtoffers. Het bleek niet genoeg om het hele eiland onder water te krijgen. Vervolgens werden op 7 en 11 oktober ook de dijken bij Vlissingen en Veere gebombardeerd. Nu kwam het water ook bij ons. Het grootste gedeelte van de bevolking was op dat moment al geëvacueerd. De laatste bewoners gingen nu ook naar elders, vooral naar Middelburg en de andere eilanden. Alleen de burgemeester en de veldwachter moesten blijven. Ons gezin heeft toen een tijdje in de raadszaal boven in het gemeentehuis gewoond.”
Toch moest het veldwachtersgezin op een gegeven moment ook hier weg. “Doordat een Engelse tank op een landmijn reed, viel het drinkwater uit. We moesten daardoor weg uit het gemeentehuis en zaten nog enige tijd in de hoger gelegen kerk van Sint Laurens. Er waren daar meer gezinnen ondergebracht.”
Overgave
Op 6 november 1944 was de overgave van de Duitsers in Middelburg. Volgens Johan verliep deze ‘behoorlijk soepel’. “Walcheren was weliswaar flink bewapend, maar toch werd het eiland vreedzaam overgedragen. De Duitse bevelhebber had een paar uur ervoor nog met de dominee gepraat. Ze waren allebei christelijk en misschien heeft dat er wel aan bijgedragen dat al te groot verzet achterwege bleef bij de overgave.”
Soldatendochter
Op het laatst van de oorlog verbleef er bij de familie De Muijnck een Engelse soldaat in huis, ene Jones. Johan vindt het spijtig dat het contact na de oorlog verloren ging. “Hij had een dochter die net zo oud was als ik. We hebben nog een tijd brieven naar elkaar geschreven. Toen ik jaren later in Engeland was, ben ik vergeten haar op te zoeken. Jammer.”
Litteken
De oorlog mag dan tachtig jaar achter ons liggen en voor Walcheren zelfs nog een half jaar langer, Johan heeft er nog een blijvende herinnering aan overgehouden: een litteken op zijn voorhoofd. “M’n broers waren bij de dominee een eindje verderop in de tuin aan het spelen en ik liep daar als dreumes ook bij. Er stond een opslagplaats met een betonnen deur ervoor. Daar ging ik aan hangen en toen klapte de deur om. Ik had een flinke wond aan mijn hoofd.” Moeder De Muijnck moet zit rot geschrokken zijn… “Ze hield een Duitse patrouillewagen aan en met mijn hoofd in haar armen werd ik naar het ziekenhuis in Middelburg gebracht. Ik hield er dus een groot litteken aan over, maar in de loop der jaren werd deze wel minder zichtbaar.”






























