
80 jaar vrijheid (deel 12): “We hoorden aan moeders stem dat er iets was”
· leestijd 2 minuten 80 jaar vrijheid InstagramDit jaar is het 80 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Dorpsgenoten halen herinneringen op. Deel 12: Nel van der Wel-Dijkshoorn (1935).
(door Mannes Schoppink)
Neeltje (Nel) van der Wel-Dijkshoorn werd geboren op 21 augustus 1935 en is een dochter van Arij (1899-1996) en Neeltje Dijkshoorn-van der Kooij (1902-1997) uit het Zuid-Hollandse Maasland. Ze was de derde in een gezin van vier. “Ik ben Neeltje 3, mijn dochter Neeltje 4”, grapt ze over haar boerenafkomst. En dan serieuzer: “Mijn ouders waren veehouders. Ze hielden koeien en schapen en hadden daarnaast zo’n 32 ha aan weidegrond, wat vrij groot was voor die tijd. Het melken ging nog helemaal met de hand, in oorlogstijd zelf in het pikkedonker.”
Nel was nog vier, toen de oorlog op 10 mei 1940 uitbrak. “Toen moeder onze slaapkamer ’s ochtends binnenkwam, hoorden we aan haar stem dat er iets was. Ik weet nog dat we allemaal naar de vliegtuigen in de lucht zaten te kijken. Hoe konden wij weten wat oorlog was?”
Het vorderen van de boerderij door Duitse soldaten maakte van indruk op de jonge Nel. “Zaterdags was alles nog keurig opgeruimd voor de zondag. We hebben wat afgeschrobd en -geboend, dat gebeurde toen nog. Ik liep die zondagmorgen met mijn moeder naar de kerk in het dorp. Vader bleef uit voorzorg met de oudste kinderen thuis. Toen moeder en ik terugkwamen, hoorden we een officier schreeuwen. Moeder durfde haast het erf niet op. Uiteindelijk hebben we dat toch gedaan. Gelukkig vertrok de legereenheid dezelfde zondagavond nog.”
Bombardement
Nel heeft het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 niet bewust meegemaakt. Bij het bombardement op Maassluis, dat plaatsvond op 18 maart 1943, was ze inmiddels een paar jaar ouder. “De geallieerden wilden een olieraffinaderij met brandbommen bestoken, maar deze vielen in het centrum. Achttien burgers kwamen om. Heel veel inwoners van Maassluis raakten toen dakloos en zochten in Maasland een onderkomen.”
Gastvrij onthaal
Wie dat nodig hadden, konden altijd rekenen op een gastvrij onthaal op de boerderij van de Dijkshoorns. “Er kwamen veel mensen uit Den Haag en Rotterdam langs om eten. Ook zijn er de nodige onderduikers geweest. Die sliepen op de achterzolder. Net als de knechten. De dienstmeisjes sliepen op de voorzolder. Gescheiden, hè? Je kon er ook niet oversteken…”
Hopeloos
Vader Dijkshoorn werd op een kwade dag gestoken door een stier. Ook kwam hij een keer onder een paard terecht en moest hij worden opgenomen in een ziekenhuis in Delft. Op zulke momenten stond moeder er alleen voor. “Zij heeft het vaak moeilijk gehad en kreeg zelfs problemen met haar hart”, weet Nel. De familie Dijkshoorn was echter heel gelovig en dat bood op hachelijke ogenblikken troost en houvast. “De dominee had het in zijn preek een keer over ‘hopeloos’, maar dat was het niet”, is Nel nooit vergeten. “David uit het Oude Testament was in tijden van oorlog ook weleens hopeloos, maar zijn Godsvertrouwen trok hem er dan doorheen. Ik weet nog dat we na de dienst Psalm 79:4 zongen. ‘Waak op, o God, en wil van verder lijden ons klein getal door uwe kracht bevrijden’.”
Ingekwartierde militairen
De drie ingekwartierde Duitse militairen waren uiteindelijk blij dat ze naar huis konden. “Karl had nog tot Moskou gevochten en had daar bevroren tenen en vingers opgelopen. Ze hadden kinderen van onze leeftijd. Je moest natuurlijk wel uitkijken met wat je zei. Moeder bracht ons naar bed en luisterde dan stiekem naar Radio Oranje. Vader hield ondertussen de soldaten zoet. Toen die weggingen, hebben ze op gebak getrakteerd. Ook de kinderen die naar school waren.”
Versierde fietsen
Bij de bevrijding werden alle fietsen onder het hooi vandaan gehaald om te worden versierd. Nel deed mee met de poppenwagen. “Iedere wijk vierde groot feest. We stonden op de weg van Maasland naar Delft en keken naar alle Canadese tanks die langs kwamen.”
![]()
vrijheid.nl






























