
80 jaar vrijheid (deel 17): “We kwamen bij mensen terecht die we helemaal niet kenden”
· leestijd 2 minuten 80 jaar vrijheidDit jaar is het 80 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Dorpsgenoten halen herinneringen op. Deel 17: Leny Leeuwangh-van ’t Hoenderdaal (1929).
(door Mannes Schoppink)
Magdalena Johanna was het jongste kind in het gezin van Johan van ’t Hoenderdaal (1892-1963) en Magdalena Ketting (1893-1971). Ze werd geboren op 30 oktober 1929 in Rotterdam-Zuid en haar roepnaam werd Leny. Ze wordt bij leven en welzijn dit jaar 96 en woont op een speciale afdeling van een verzorgingshuis te Zeewolde. Niet alleen haar man is intussen overleden, ook de enige dochter die ze had. Daardoor is haar wereld niet meer zo groot. Over vroeger, de tijd van haar jeugd, kan ze echter nog heel goed vertellen. “Ik had twee oudere zussen en een oudere broer, die waren aan het begin van de oorlog al getrouwd”, vertelt ze. “Ik was duidelijk een nakomertje in het gezin.”
Bombardement Rotterdam
Het bombardement op Rotterdam in de meidagen van 1940 kostte zo’n 900 mensen het leven. De hele binnenstad werd verwoest. Naar schatting 80.000 burgers werden dakloos. Het is Leny altijd bijgebleven. “De bommen vielen als het ware naast ons neer, want het voelde als heel dichtbij. Wij woonden op dat moment aan de Dordtschelaan in Zuid. Ook op onze familie heeft het gebeuren grote impact gehad. Al snel kon ik niet meer naar school, omdat die gevorderd werd door de Duitsers.” Gaandeweg de oorlog kwam er steeds meer schaarste en op een gegeven moment zelfs gebrek aan alles. Rond de Hongerwinter ging Leny met een zus en met moeder daarom elders op zoek naar eten. “M’n vader, die kraanmachinist was op een elektrische laadbrug in de Rotterdamse haven, ging niet mee en bleef mede vanwege de kleinkinderen achter.”
Fietsend naar Groningen
De dames Van ’t Hoenderdaal fietsten eerst naar Zeist. Daar woonden tante Trijntje (1889-1957) en oom Anton Gijsbertus (1890-1962) met enkele nog niet getrouwde kinderen. Het ging om dubbele familie: Trijntje was een oudere zus van moeder, Anton Gijsbertus een oudere broer van vader. De ontvangst was weliswaar allerhartelijkst, voor de rest herinnert Leny zich vooral de teleurstelling. “We konden er niet meer terecht, ze hadden geen plek voor ons.” De Rotterdamse dames trokken op goed geluk verder, al duurde het wel even voordat dat geluk gevonden was. “Soms was er een boot nodig om ergens onderweg een kanaal over te komen, maar we fietsten door en kwamen uiteindelijk helemaal in Groningen terecht. We mochten blijven bij de dochter van een dominee. We werden er ontzettend goed opgevangen en geholpen. Er was genoeg te doen. We hielpen daarom waar we konden. In de tuin was hulp altijd welkom en anders wel bij het eten klaarmaken.”
Bevrijdingsfeesten
Leny en haar familie bleven het langste deel van de oorlog in Groningen, maar gingen op het laatst toch terug. “We zijn via Utrecht weer naar Rotterdam gefietst. M’n zus had een dochtertje dat in Zuilen achter was gebleven. Die ging ook weer mee.” Leny herinnert zich de bevrijding als iets onvergetelijks. “Ik heb alle feesten meegemaakt. Het was gewoon fantastisch! M’n moeder hield ook wel van feesten. Ze speelde toneel in Rotterdam. Als kind zijnde speelde ik al mee. Dansen heeft daar ook altijd bij gehoord.” Voor het overige viel er weinig te vieren in het naoorlogse Rotterdam. “Wat we aantroffen toen we terugkwamen? Nou, eigenlijk niks, we hadden niets meer. M’n broer, die ondergedoken was geweest om maar niet naar Duitsland te hoeven, kwam ook weer tevoorschijn. Verder waren we er allemaal nog. Alleen een paar neven hadden de oorlog niet overleefd.”
De gastvrije familie uit Groningen werd ondertussen nooit vergeten. “Ze zijn nog een keer bij ons in Rotterdam geweest. Het waren echt schatten van mensen. Zij hebben ons toch maar opgevangen en ons in hun huis opgenomen. En dat terwijl we hen vooraf helemaal niet kenden.”
![]()
vrijheid.nl






























