
Hopeloos op de piste
· leestijd 1 minuut Bij de lesBij het opruimen kom ik een tas met skispullen tegen. Die stamt uit een voorjaarsvakantie voor de corona.
Ik had toen alles op marktplaats gescoord: brillen, helmpjes, kolletjes, broeken, lange sokken, handschoenen, en een echte ski-jas mét sneeuw-tegen-hou-mouwen en skipasvakjes. Ik weet nog hoe content ik was toen ik voorzien was voor ’t hele gezin.
Eenmaal op de piste was ons vijftal een tikkie illuster tussen de merkjassen en matchende pakken. Tussen commercial-waardige-gezinnen.
Het mocht de pret niet drukken. Onze kids in klasjes op les. En wij, die ooit al eens hadden geskied, dachten het nog niet verleerd te zijn.
Knalblauwe lucht en veel sneeuw. “Kom schat”, sommeert manlief me naar de piste: “we gaan”.
Skiën is een sport voor behendige mensen. Overal zie ik mensen soepeltjes naar beneden suizen. Zo gemakkelijk. Pasjes in de juiste zak, handschoenen aan een touwtje, elegant zittend op een sleepliftje en ze remmen met een bochtje prachtig voor een vol terras.
Manlief en ik hobbelen naar de groene piste. Je hebt de zwarte, die is het moeilijkst, dan de rode dan de blauwe. Die groene noemen ze in Frankrijk ‘l’Escargot’. De slak.. “Nee joh”, zeg ik tegen manlief, “die is te simpel, wij doen gewoon rood”. Dom.
Ik deed net of ik al jaren met die liftjes ga, maar wat een gedoe met die enorme ski’s en een pasje dat net in de verkeerde zak zit. Gelukkig zet zo’n lift-opzichter de lift even op langzaam als er iemand zoals ik loopt te klunzen. Beetje beschamend wel. Eenmaal boven genoot ik van het uitzicht en de gezonde lucht. Een magisch moment. Het eerste stukje zag er prima uit. Ik kan dit. Skiën verleer je nooit. Toch?
Maar na het eerste bochtje wordt ’t steil.
Paniek. Teruggaan kon niet meer. Wat was ik bang. De bochtjes nam ik zittend. Ik heb vier uur over de afdaling gedaan. Zelfs het klasje met mijn kinderen kwam me enthousiast voorbij. Hoe ellendig kun je je voelen.
Ik heb daarna mijn gehuurde ski’s teruggebracht. Ik was er klaar mee.
Het bleef die week stralend weer. Ik ging vaak met de stoeltjeslift naar boven én weer naar beneden; gewoon voor het uitzicht. De chocomelk op het terras was heerlijk. M’n gezin zoefde in hun bijzondere kleding-combi’s zwaaiend langs. Het was leuk.
Als we weer gaan: dán met chocomelk en boek in de zon.
Want skiën: dat doe ik nooit meer!































