
Bij de les | Stomme bok
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Stomme bok
“Ze is bang voor de bok”. Dat stond op mijn rapport. In klas 3. Nu: groep 5. Niet die mannelijke geit. Maar hier bedoelde ze mee dat ik bang was voor zo’n toestel waar je met gym overheen moest springen. Ik had namelijk hele lange benen. En die moest je intrekken als je over de bok sprong. Ik was er van overtuigd dat mijn benen nooit zover ingetrokken konden worden en dat ik dan bleef haken en vol op mijn gezicht zou vallen. Dus wilde ik niet over de bok. Voor geen goud.
“Waar heb je dat nou voor nodig?”, dacht ik dan. Ik vond het onterecht dat mijn juf juist dát op mijn rapport moest zetten. Dat rapport dat je met trots aan opa en oma liet zien. En die dus allemaal zagen dat ik bang was voor de bok. Terwijl er zoveel leuks op gezet had kunnen worden, want verder deed ik het best leuk.
Voor mij stond in die tijd ‘lichamelijke opvoeding’ synoniem voor schaamte. Want met mijn slungelbenen werd ik nooit als eerste gekozen. Dat ik mager was, was trouwens wel een voordeel; want als je wat mollig was, dan zorgden je klasgenootjes er wel voor dat dat niet echt bijdroeg aan je positieve zelfbeeld.
Ik voelde dat winnen wel degelijk belangrijker was dan meedoen. Want als je niet snel genoeg was, dan werd je niet uitgekozen en zat je op de bank. En samenwerken was alleen aan de orde als je goed was; anders kreeg je gewoon nooit de bal.
Afgelopen week was ik een tijdje in de gymzaal op school. Een stel jongens uit mijn klas - net een beetje te stoer om enthousiast te lijken, maar ondertussen lekker fanatiek. Ze moesten een creatieve variant op trefbal bedenken. Ik zag ze overleggen, lachen, uitproberen. Eén groep maakte er een soort slow motion-trefbal van – een ‘Matrix Edition’. Een ander team maakte een dansje bij elk punt. Wat een lol. En iedereen deed mee. Waar ik ooit angst voelde om te falen, hadden zij ruimte om te proberen. En toen een jongen struikelde over de bal, gooide zijn team zich er lachend bovenop. Spectaculair teamwork. En de docent had de grootste pret.
Mijn juf van toen had met diezelfde pret ook op mijn rapport kunnen zetten: “Ze was bang voor de bok, maar nu niet meer, want ze loopt er gewoon lekker onderdoor.”































