Afbeelding
Foto: Zeewolde Actueel

Een mooie herinnering

· leestijd 1 minuut Bij de les

Ik sta in een lange rij te wachten in een winkel in Putten. Ik word vriendelijk toegeknikt door een dame achter me. Ik ken haar ergens van, maar weet niet meer waarvan. Opeens zegt ze: “ach, nu zie ik het! U bent de mentor van mijn zoon geweest! Ik herkende u eerst niet met uw korte haar.”

Blijkbaar kijk ik haar nog steeds schaapachtig aan, want ze verduidelijkt er lachend achteraan wie haar zoon is.

Nu weet ik het ook. Ik vraag haar hoe het gaat en met haar zoon die vorig jaar examen heeft gedaan.

Ik werd zijn mentor in de brugklas. Zijn ouders waren die zomer uit elkaar gegaan. Zonder ruzie. Moeder was namelijk uit de kast gekomen, zo vertelde hij toen. Hij en zijn drie zusjes gingen met moeder in een nieuw huis wonen. Zijn vader draaide nachtdiensten, dus daar wonen was niet praktisch. Hij sprak vader wel regelmatig.
Een scheiding doet veel met een kind, maar hij leek het redelijk op te pakken.

Na de herfstvakantie veranderde hij. In een stil, afwezig jochie.
Op een middag knoopte ik na de les een gesprek met hem aan. En daar kwamen de tranen.

Zijn moeder had een vriendin. En die was, met haar twee dochters bij hen ingetrokken. En boos riep hij uit dat ‘t niet te doen was in een huis met zeven vrouwen! “Wat zou je willen?”, vroeg ik hem. En timide zei hij dat hij terug verlangde naar het huis waar zijn vader woont, het huis waar hij opgroeide. Daar was het rustig. En hij vertelde dat hij het verschrikkelijk vond als zijn moeder met haar vriendin op straat ging zoenen waar hij bij stond. En dat iedereen dat zag. Dan schaamde hij zich. En dat durfde hij niet te zeggen. Want dan liet hij hen niet in hun waarde, zo zei hij.

We bedachten om beide ouders op school te vragen. En dan zouden we alles samen tegen zijn ouders vertellen. Hij was stik-zenuwachtig. En zijn ouders ook. Hij vertelde hoe hij zich voelde. Dat hij zijn vader miste. Dat hij het gekakel soms zat was. En zich schaamde voor het zoenen.

En die ouders? Die huilden een potje mee. Omdat ze hem over het hoofd hadden gezien. En samen verzonnen we een leefbaar plan. Vanaf die tijd hadden we weer een opgewekt joch op school.

Haar gezicht was ik even kwijt, maar dat opgeluchte gezicht van dat joch vergeet ik nooit meer.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Abonneer gratis

op de digitale krant en op
de wekelijkse nieuwsbrief.