
Bij de les | Bubbelbestendig
· leestijd 1 minuut Bij de lesWekelijkse column over het reilen en zeilen op een middelbare school en over de belevenissen in een gezin met pubers en het leven in Zeewolde.
Bubbelbestendig
Heel overzichtelijk. Je bent vóór Israël of je bent tegen. Vóór ons AZC of fel tegen. Je bent vóór de PVV of je vindt Wilders een eikel. Je bent vóór LHBT+ of je vindt ‘t een stel aandachtzoekers. Vóór de wolf of tegen. Vóór vegan of juist vetlekker bourgondisch.
Online krijgt mijn ‘ik’ altijd gelijk.
Mijn algoritme zorgt er wel voor dat ik in een digitale tunnel kom waar álles wat ik denk bevestigd wordt. Ideaal. De vrienden die ik uitzoek denken er meestal ook hetzelfde over als ik. En als we het écht oneens zijn? Gewoon ontvolgen. Of blokkeren: “klik” en mijn wereld klopt weer.
Soms op facebook even lekker schreeuwen tegen onbekenden; tegen iedereen die er anders over denkt dan ik. En als ik er niet uit kom roep ik gewoon iets met “de media” of “achterlijke gemeenteraad” of “wappies, naïeve schapen, boomknuffelaars of klimaatdrammers”. Werkt altijd.
Voor of tegen de kazerne. Voor of tegen het afval. Voor of tegen woningen in het bos. Voor of tegen alles.
Vroeger zei men “soort zoekt soort”. Nu heet dat “bubbel”. Dat voelt veilig. Maar eigenlijk is het schijnheilig omdat je geen geluid van buiten meer hoort. Comfortabel doof.
En dan sta ik voor de klas. Ook hier een lokaal vol meningen. Mét hormonen. Voor en tegen.
Team links en team rechts. Team klimaat tegen team vlees. Team zeker weten tegen ook team zeker weten. Oordelen zonder na te denken. In twee supportersvakken. Net als op TV.
“Ik wil eigenlijk niet kiezen”, zei een leerling afgelopen week. Die vraag is explosiever dan duizend boze reacties in “Je bent Zeewoldenaar als...”. Die vraag was een uppercut. Want dat grijze gebied zijn we soms een beetje kwijt. Luisteren zonder meteen te schieten. Ik wéét weer wat ik mijn leerlingen én mezelf wil leren: nieuwsgierig zijn. En dat twijfel geen gebrek is aan ruggengraad. Want iemand begrijpen is iets anders dan het met iemand eens zijn.
Wat minder schreeuwen in onze bubbel en meer fluisteren buiten die van ons. Minder “voor of tegen”, meer “vertel eens”. Minder lelijk doen.
Niet klagen over het zwart-wit-niveau van de jongeren; want zij doen ons alleen maar na. Pijnlijke spiegel.
Laten we kinderen én volwassenen leren debatteren met óren in plaats van alleen met stembanden.
En als dat niet lukt? Dan kies ik één kamp: ik ben vóór twijfel. Gewoon even grijs – dat staat soms beter dan zwart-wit.






























